Staaroperatie informatie

U bent slechter gaan zien.

Na onderzoek van uw gezichtsvermogen, hoornvlies, glasvocht en netvlies is komen vast te staan dat de conditie van de lens van het oog in belangrijke mate bij draagt aan het slechter zien. Een staaroperatie kan worden uitgevoerd. Uw dokter heeft het allemaal uitgelegd maar toch wilt u het ook nog eens lezen. Vandaar deze website boordevol informatie over staar en de staaroperatie. Deze chirurgische procedure kan alleen worden uitgevoerd met uw toestemming.

Deze site geeft de basis waarop u een weloverwogen mening kunt vormen over de procedure, de te verwachten voordelen, de risico’s op complicaties en alternatieven.I. Wat is cataract niet.

Cataract is geen vlies of membraan welke over het oog groeit.

Wat is staar.

Het oog is net een pingpong bal. Deze meet ongeveer 2.5 cm in doorsnede. Aan de voorzijde valt een gekleurd deel op en een, in diameter wisselende, zwarte opening. Wanneer men het oog van de zijkant bekijkt is met het blote oog een bol helder vlies waarneembaar. Dit is het hoornvlies. Het gekleurde, door het hoornvlies heen zichtbare, deel is de iris. De zwarte opening is de pupil. Achter de iris bevindt zich de lens. Soms kan men in de pupil opening een witte massa zien. Dit is dan rijpe (mature) staar.
Achter de lens zit het corpus vitreum. Deze glasheldere gel geeft het oog een zekere vormvastheid. Aan de binnenzijde van de witte oogrok bevindt zich het netvlies. Het centrum van het netvlies is van groot belang voor het scherp zien. Hiermee wordt bijvoorbeeld de draad en het oog van de naald scherp waargenomen. Dit deel van het netvlies is de macula.
Het hoornvlies bestaat uit verschillende lagen. In relatie tot een staaroperatie is de binnenste laag het meest van belang. Deze laag pompt vocht uit het hoornvlies. Is deze laag beschadigd dat kan het hoornvlies troebel worden, waardoor het zicht slecht wordt.

Gedurende vele jaren is de lens een heldere flexibele ovale schotelvormige structuur. Hij kan dikker en dunner worden naar gelang de behoefte bestaat objecten veraf of dichtbij scherp af te beelden.Je kunt de lens nog het meest eenvoudig voorstellen als een zakje gevuld met honing. Het “plasticachtig” zakje, kapsel genoemd, omhult de honing kern aan voor- en achterzijde. Tijdens het leven wordt door de cellen aan de binnenzijde van het voorste kapsel continue “honing” afgescheiden. Het materiaal kan niet uit het zakje weg. De lens pompt zich daardoor geleidelijk op. Hierdoor neemt de flexibiliteit geleidelijk af. U merkt dit aan de leesklachten die rond het 40-e jaar ontstaan. Langzaam aan neemt de dichtheid van de “honing” toe. De aanvankelijk vloeibare honing gaat kristalliseren en hard worden. De staar wordt matuur. Staar is een ontwikkeling van vele maanden tot jaren, gelijk het krijgen van grijze haren.Daar mensen steeds langer leven komt staar vaker voor. Het verwijderen van de troebele lens is dan ook geleidelijk een van de meest uitgevoerde ingrepen in de medische wereld geworden. (top)

 prod022
 prod022
II. Hoe ontstaat cataract.Slechts in een beperkt aantal gevallen kennen wij de oorzaak. In de meeste gevallen echter kan de oorzaak niet worden vastgesteld. Cataract is in ieder geval niet het gevolg van verkeerde brilleglazen of van vermoeidheid. Het kan het gevolg zijn van ziekten of van verwondingen in het oog. In sommige families komt cataract meer voor dan in andere. Diabetes (suikerziekte) en langdurig gebruik van corticosteroiden bevorderen het ontstaan van cataract.
Cataract kan op elke leeftijd voorkomen en iemand kan er zelfs mee worden geboren. Veel oude mensen krijgen in een of beide ogen een begin van cataract maar niet iedereen heeft daar last van. In de meeste gevallen wordt het slechts langzaam erger en kan het jaren duren voor men werkelijk slechter gaat zien. (top)III. Klachten.

Cataract gaat niet gepaard met tranen of pijn.Veel patiënten met lenstroebelingen worden heel gevoelig voor tegenlicht, daarom gaan zij in huis met de rug naar het raam zitten of vermijden zij buitenshuis het zonlicht. De ernst van de klachten hangt af van de graad van vertroebeling van de lens. Vaak begint cataract op beide ogen’ maar gewoonlijk wordt het ene oog meer aangetast dan het andere. Een andere bril kan soms helpen maar op den duur gaat men ondanks de nieuwe glazen toch waziger zien zodat “normaal” leven zo goed als onmogelijk wordt. Het regelmatig vervangen van brilleglazen bij bekend cataract is niet schadelijk maar wel kostbaar. (top)
IV. Wat te doen aan staar.Als men ten slotte zo slecht gaat zien dat men er in het dagelijkse leven te veel last van heeft dan is een operatie de goede oplossing, want er zijn geen medicijnen tegen cataract. Het is een veel voorkomende ingreep, waaraan weinig risico verbonden is. Welk ogenblik het beste is om te opereren hangt vooral af van de pati�nt zelf. Met de tegenwoordige methodes hoeft men niet te wachten tot de staar “rijp” is, men kan in alle stadia opereren. Daar elke ingreep enig risico meebrengt is het niet verstandig deze uit te voeren bij onvoldoende klachten, men zou dan achteraf de indruk kunnen krijgen dat er niet veel is veranderd.Voor men definitief tot operatie beslist is het van groot belang de kwaliteit van het oog grondig te onderzoeken. Er zijn immers meerdere oorzaken (bijv. slijtage van het netvlies, bloedinkjes in het oog t.g.v. suikerziekte, slechte bloedvaten) voor slechter zien, Al deze afwijkingen zullen het eindresultaat beïnvloeden en het is goed dit van tevoren te weten. Tijdens de operatie wordt gewoonlijk een kunstlensje geplaatst op de plek waar voorheen de staarlens zat.Veel dankbare en gelukkige patiënten vertellen dat hun zicht perfect is zonder glazen. Helaas zijn dit vaak overdreven en ongelukkige uitspraken die onrealistische verwachtingen bij anderen kunnen scheppen. Vrijwel alle patiënten hebben enige vorm van bril- correctie nodig nadat zij aan staar zijn geopereerd.

Staaroperatie = Cataract extractie
met implantatie van een intra-oculaire lens zal uw zicht met grote waarschijnlijkheid verbeteren. Gewoonlijk krijgt een patiënt een zicht dat ligt tussen 50 en 100 %. Vanzelfsprekend is de aanwezigheid van oogafwijkingen in het bijzonder diabetes, maculadegeneratie en glaucoom van groot belang daar deze afwijkingen het eindresultaat negatief kunnen beïnvloeden. Genoemde cijfers zijn gemiddelden van onderzoeksgroepen. Een individuele patiënt kan een beter of slechter zicht ervaren. Het komt gelukkig zelden (minder dan 3 %) voor dat het zicht na de operatie slechter wordt. (top)
V. Welke aspecten spelen een rol bij een dergelijke operatie?
Anesthesie.
Er zijn in feite drie vormen van verdoving en wel:

  1. Algemene narcose. “Heerlijk, je merkt er niets van” zijn veel gehoorde uitspraken en dat is in zekere zin ook zo. Een oogheelkundige ingreep onder narcose is ook voor de oogarts plezierig. De patiënt beweegt niet en de druk in het oog (zie later) kan kunstmatig laag worden gehouden. Het lijkt prachtig. Narcose echter verhoogt algemene risico’s. Een bestaande hartvaat conditie kan verslechteren. Hersenfuncties kunnen (tijdelijk) minder worden. Na de operatie geeft men vaak over. Dit kan een complicatie voor het oog geven.
  2. Locale anesthesie. Een kleine hoeveelheid verdoofmiddel wordt middels een injectie achter het oog gespoten. Het oog en omgeving worden vrijwel volledig gevoelloos terwijl het oog niet meer bewogen kan worden. Een fraaie techniek die door vele oogartsen over de gehele wereld gebezigd wordt. Echter, tijdens de, soms pijnlijke, injecties weet men niet precies waar de naald zich bevindt. Schade aan oog en oogzenuw is beschreven
  3. Topische anesthesie. Met behulp van druppels wordt de buitenzijde van het oog verdoofd. Tijdens de ingreep wordt vervolgens de binnenzijde continue ongevoelig gehouden door een druppel infuus met verdoofmiddel. Er is geen belasting voor het lichaam. De kans op schade aan het oog is nihil. Vanzelfsprekend kan de patiënt nerveus zijn. Een goede intermenselijke verhouding tussen arts en patiënt biedt in het algemeen uitkomst. De patiënt ervaart meestal na 10 minuten de ingreep niet meer als griezelig. De voorkeuren wisselen. Men acht de stelling hoe minder, hoe beter te preferen.


De voorkeur gaat uit naar de druppelverdoving.
De lengte van de snede
is een volgend belangrijk aspect.1. In het verleden werd de lens in zijn geheel weggenomen. Hiertoe moest een 10 mm grote snede worden gemaakt. Zodra het oog over deze lengte is geopend is het kwetsbaar. Persen van de patiënt, bijvoorbeeld door tijdelijk bijkomen uit de narcose of nervositeit bij locale anesthesie, maken al snel dat een deel van de inhoud van het oog naar buiten komt. Zo dit gebeurd dan is er sprake van een ernstige complicatie. De kans is groot dat het zicht slecht wordt. Het wegnemen van de grote kern kan de binnenzijde van het hoornvlies aantasten en leiden tot hoornvlies oedeem. Vaak is dit tijdelijk, doch een enkele keer kan het zicht permanent verslechteren.2. Met de moderne techniek van phaco-emulsificatie is de lengte van de snede terug gebracht tot 3,2 mm. De architectuur van de snede is zodanig dat deze zich sluit zodra instrumentjes uit de wond weg zijn. Hechtingen zijn niet nodig. Drukverhoging door persen heeft geen nadelige gevolgen. De kleinere wond maakt de kans op infecties kleiner. Nieuwe vouwbare implantlenzen kunnen zelfs door deze opening naar binnen worden geschoven. Eenmaal in het oog ontplooien deze zich en worden in het schoongemaakte lenskapsel geplaatst.Ook hier geldt hoe kleiner hoe beter.De voorkeur gaat uit naar de 3,2 mm zelfsluitende opening. Een vereiste is kennis van en kundigheid met de phaco-emulsificatie techniek en het plaatsen van vouwlenzen.

De mate van staar is evenzeer van belang.
De vraag is altijd wanneer te opereren. In Amerika is men al geneigd dit in een zeer vroeg stadium (een zicht van 80%) te doen In Afrika echter zal men wachten tot de staar (erg) rijp is. West-Europa ligt er tussen. Oogartsen hier zijn geneigd te luisteren naar de klachten van patiënten, met hen te overleggen en te informeren over de technieken, de voor-, na-delen en risico’s. Gezamenlijk wordt dan besloten wanneer het moment van operatie gekomen is. Vaak geldt een zicht van 50%, in casu het niet meer mogen autorijden, als indicatie.2. Het verwijderen van vloeibare “honingachtige” lensinhoud is in het algemeen eenvoudig. Het kan zelfs weggezogen worden. De phaco-emulsificator is een ideaal instrument om dit te doen. Bij een vloeibare, immature, staar hoeft vrijwel geen energie te worden toegediend. Met het toenemen van de duur van de staarvorming neemt de hardheid van de lens toe. Om deze lens te verpulveren moet veel energie worden toegevoerd. Deze energie kan de binnenzijde van het hoornvlies beschadigen en hoornvlies oedeem geven.Bij een harde mature staar zijn kapsel en vezels, waaraan de lens hangt, fragiel geworden. Kapsel en vezel zijn veel eerder geneigd te scheuren dan in een niet rijpe lens. Ingeval van een scheur zal glasvocht naar voren komen en het goede verloop van de operatie negatief beïnvloeden. Zo kan bijvoorbeeld de juiste lens niet meer geplaatst worden, de pupil kan vervormd blijven, de macula kan ontstoken raken en er kan een netvlies loslating ontstaan.Het verwijderen van een harde rijpe staar verhoogd de kans op complicaties. De stelling “hoe vroeger, hoe beter” gaat in dit geval op. Elke operatie heeft risico’s. Het zou getuigen van naïviteit te stellen dat elke operatie goed afloopt.Toch kan men stellen dat een cataractextractie met implantatie van een intraoculaire lens uw zicht met grote waarschijnlijkheid zal verbeteren. Gewoonlijk krijgt een patiënt een zicht dat ligt tussen 50 en 100 %. Vanzelfsprekend is de aanwezigheid van oogafwijkingen vooral diabetes, maculadegeneratie en glaucoom van groot belang daar deze afwijkingen het eindresultaat negatief kunnen beïnvloeden. Genoemde cijfers zijn gemiddelden van onderzoeksgroepen. Een individuele patiënt kan een beter of slechter zicht ervaren. Het komt gelukkig zelden (minder dan 4%) voor dat het zicht na de operatie slechter wordt.
Samenvattend
kan men stellen dat;

  1. Men zich het beste in een vroeger stadium kan laten opereren. Een richtlijn in deze is bijvoorbeeld bij een zicht tussen 50 en 20%. De staar matuur laten worden geeft bij de huidige operatietechnieken een grotere kans op vervelende complicaties.
  2. Het verdient aanbeveling te kiezen voor de phaco-emulsificatie techniek daar de wond dan slechts 3,2 mm is.
  3. Met betrekking tot de verdoving is een variëteit van opties, een en ander afhankelijk van eigen wil. De minst op het lichaam ingrijpend is die van de druppelverdoving.

Vanzelfsprekend is uw oogarts altijd bereidt u nader te informeren. De bewering dat men met “laserstralen” een cataractoperatie kan uitvoeren is onjuist. Tot op heden zijn er nog geen apparaten op de markt om met een ” lichtstraal” de vertroebelde lens uit het oog te verwijderen. Men zal altijd het oog enkele millimeters moeten openen om de nieuwe lens te kunnen inbrengen. (top)
VI. De ingreep in vogelvlucht

  1. Een kop koffie vooraf eventueel in combinatie met een geruststellend tabletje
  2. Enkele verdovende en pupilverwijdende druppels voor de ingreep
  3. Ontspannen gaan liggen op de operatiebank
  4. Geluiden van het voorbereiden van instrumenten
  5. Een steriele doek over het hoofd; u mag uw handen niet meer naar boven brengen
  6. Het maken van 3,2 mm grote snede; u voelt wat druk op het oog
  7. Het prepareren van de opening in het voorste deel van het lenskapsel en het losmaken van de onderdelen van de lens
  8. Het inbrengen van de moderne phaco-emulsificator, een apparaat waarmee de lens wordt verpulverd en verwijderd.
  9. Gedegen schoonmaken van het lenszakje; dit met het doel de kans op nastaar te verkleinen.
  10. Het lensje in het lenszakje brengen
  11. De steriele afdekdoek wegnemen
  12. Na ongeveer 25 minuten opstaan, bijkomen en een kop koffie

Daar u een zogenaamde zelfsluitende wond zonder hechting krijgt is het verstandig enige tijd af te zien van zwaar lichamelijk werk. Evenzeer is het goed een oogbescherming in de vorm van een zonnebril of een kapje te dragen wanneer het waait en gedurende de nacht.Bij enkele patiënten zal een dunne nylon hechting moeten worden gebruikt. Van deze hechting kan een gevoel van jeuk of irritatie worden verwacht. Het oog kan lokaal dan rood zijn. Deze klachten verdwijnen na korte tijd. Tegenwoordig wordt bijna altijd de voorkeur gegeven aan het implanteren van een kunstlens. In uitzonderlijke omstandigheden zal bet onmogelijk of ongewenst zijn een kunstlens te plaatsen. Dit is afhankelijk van de kwaliteit van bet oog maar ook van het verloop van de operatie. Een zogenaamde secundaire implantatie wordt soms later nog uitgevoerd als het niet mogelijk of wenselijk is dit in een keer te doen. Bij de keuze van de te implanteren kunstlens wordt gelet op uw wensen ten aanzien van het zicht.
Bij ongeveer 2 % van de patiënten moet na de staaroperatie nogmaals een ingreep plaatsvinden. Dit kan variëren van het sluiten van een microscopisch lek in de wond, het verbeteren van de positie van het kunstlensje, het wisselen van de kunstlens enz.
In l9% van de ongecompliceerde gevallen en in 30% van een vooraf bestaand glaucoom stijgt de oogdruk kortdurend na de ingreep. Geringe verhogingen worden afwachtend behandeld. Er wordt medicamenteus ingegrepen wanneer de drukken duidelijk te hoog zijn. (top)

VII Periode van herstel.Het herstel na de operatie is geleidelijk. Hoewel sommige patiënten na een dag al goed zien is een gemiddelde herstelperiode van vijf weken nogal. Vanwege het geleidelijke herstel mag u zelfs verwachten dat het zicht direct na de ingreep slechter is dan ervoor. Terwijl de meeste patiënten hun nieuw gezichtsvermogen zelfs zonder bril als prettig ervaren zal het merendeel een of meerdere glazen nodig hebben teneinde maximaal te kunnen zien Met het voorschrijven van een definitieve bril wordt minstens drie weken gewacht. Dit omdat de sterkte van het brilleglas voortdurend kan wisselen.Er kunnen ook andere verschijnselen optreden. Voorbeelden zijn lichtflitsen, dubbelbeelden, roodheid, drukgevoel en verhoogde lichtgevoeligheid. Vrijwel altijd zijn deze van tijdelijke aard.
Mocht u twijfels hebben schroom dan niet te bellen 0621544300. Dit geldt in het bijzonder wanneer het zicht minder en het oog pijnlijk en rood wordt.
De verzorging van een geopereerd oog geeft weinig problemen. Gedurende de eerste weken moet het oog regelmatig worden ingedruppeld. De eerste weken na de ingreep bedekt men ‘s nachts het oog met een beschermend verband Reeds enkele dagen na de ingreep is het oog voldoende genezen, zodat de patiënt zijn normale activiteiten kan hervatten. Het wordt afgeraden gedurende enige weken in het oog te wrijven. Er zijn geen bezwaren tegen:

  • het gezicht te wassen
  • naar de kapper te gaan
  • te douchen of te baden
  • huishoudelijk werk te doen
  • te bukken en lichte arbeid te verrichten
  • naar de televisie kijken of te lezen
  • buiten te wandelen zonder verband, etc.

VII. Risico’s.Zoals bij elke ingreep beeft ook een staaroperatie risico’s. Gelukkig is de kans op onverwachte onplezierige ontwikkelingen relatief klein.Indien men niet opereert zal men bijna zeker minder gaan zien. De kans om na een cataractoperatie met een normaal oog slechter te zien dan voor de ingreep bedraagt minder dan 3%.Tijdelijke ongemakken of voorbijgaande gezichtsstoornissen zijn veel frequenter, ongeveer 5%.

Sommige ogen kunnen aanvankelijk na de operatie geen duidelijk beeld zien. Dit kan berusten op meerdere oorzaken: het hoornvlies kan vervormd, verdikt, vertroebeld, zijn. In de pupil kunnen lensresten achtergebleven zijn. Het netvlies kan een vocht ophoping in het centrum (cystoid macula oedeem) doormaken. Vaak is dit van voorbijgaande aard. Sommige van deze problemen zijn niet te vermijden, een deel ervan is zelfs onvoorspelbaar.Andere mogelijke bijverschijnselen:

  • Een bloedinkje in het oog (hyphema); dit lost meestal geleidelijk op. Komt voor bij 5% van de patiënten. Geeft zichtklachten in 3% van de patiënten.
  • Veranderingen in de vorm en of kleur van de pupil in ongeveer 2%. Geen therapie mogelijk en nodig.
  • Langdurige ontsteking in 8% van de patiënten. Wordt behandeld met medicamenten.
  • Een hangend ooglid (ptosis) in minder dan 1 %.

Enkele ernstiger mogelijke complicaties zijn;

  • Netvliesloslating;
    wordt vaak ingeleid door lichtflitsen
  • Hoge oogdruk;
    vaak begeleidt door hoofdpijn, slechter zien, misselijkheid en soms braken.
  • Dubbel beelden in minder dan 1%
  • Aanhoudend hoornvlies oedeem in minder dan 1%. Deze ernstige afwijking kan nopen tot een hoornvlies transplantatie.
  • Ontsteking in het oog (endophthalmitis) 1/1000
  • Ernstige bloeding in 1/10000; komt nog wel voor bij chirurgen die injecties gebruiken ter verdoving.
  • Verlies van het zicht of het oog; minder dan 1/1000
  • Chronische pijn; minder dan 1/10000

Sommige patiënten beschrijven het volgende;

  • Het licht is te fel, ik moet heel vaak een zonnebril dragen. Oorzaak; het kunstlensje is glashelder en laat veel licht door. Heeft men langdurig staar gehad dan heeft gewenning aan het mindere licht plaatsgevonden.
  • Het lijkt alsof ik door cellofaan kijk.
  • Lichten hebben een ster of een kring om zich heen.
  • Ik zie meer bewegende vlekjes; vaak bevonden deze glasvocht troebelingen zich al achter de lens maar werden ze door de staar niet waargenomen.
  • De staar operatie veroorzaakte macula degeneratie, glaucoom. Dit is vrijwel nooit het geval. Afwijkingen komen soms pas aan het licht nadat de troebele lens is weggenomen

IX. Wat gebeurt er op lange termijn na lensimplantatie.Het materiaal waarvan de kunstlens wordt vervaardigd is al 40 jaar in gebruik en alles wijst erop dat tijd geen invloed heeft op het materiaal. Ook wordt tot op heden na meerdere honderdduizenden lensimplantaties geen geval van afstoting beschreven. Eigenlijk mag met van de moderne lenzen (met uitzondering wellicht van de vouw lenzen) aannemen dat ze langer zullen meegaan dan de patiënt zelf.

Slechts de beste lenzen van gerespecteerde bedrijven worden geïmplanteerd. Ondanks deze voorzorgen kunnen zich medische problemen voordoen. Deze kunnen gedurende onbepaalde tijd pijn, ongemak en ongerustheid veroorzaken. Natuurlijk kan een geopereerd oog, zoals trouwens elk oog, in de loop van jaren andere oogaandoeningen krijgen. Het “goed blijven zien” op oudere leeftijd is zeer afhankelijk van de bloedcirculatie, zodat mensen met een slechte bloedsomloop ten gevolge van suikerziekte of hoge bloeddruk meer kans lopen op verslechtering van bet gezichtsvermogen. Om deze afwijkingen te kunnen ontdekken wordt de geopereerde patiënten aangeraden jaarlijks een oogonderzoek te laten uitvoeren. (top)

X. Nastaar

Bij de moderne implanttechniek wordt de kunstlens in de (originele, oorspronkelijke) eigen kapselzak geplaatst, nadat de vertroebelde inhoud werd verwijderd. Op deze manier zorgt het lenskapsel voor een duurzame ophanging van de nieuwe lens precies achter de pupilopening.

Het centrum van het achterste lenskapsel kan in sommige gevallen na maanden of jaren verdikken en vertroebelen.

De frequentie van deze latere verslechtering van de gezichtscherpte is afhankelijk van meerdere factoren: leeftijd, de gebruikte techniek, etc.

Bij jongere patiënten bijvoorbeeld mag men rekenen op een 10% vertroebeling van het lenskapsel, bij patiënten boven de 65 jaar bedraagt de frequentie tussen 15 en 50% na 5 jaar.

Men kan nastaar op verschillende manieren behandelen. Soms vergt het een kleine poliklinische chirurgische ingreep. Ook kan men gebruik maken van een laserapparaat, een z. g. YAG-laser. Een toestel dat lijkt op de microscoop waarmee de oogarts het oog onderzoekt en dat een krachtige, onzichtbare, infrarode straal het oog instuurt. Deze opent pijnloos het kapsel, waarna al de volgende dag een aanzienlijke verbetering van het zien door de patiënt wordt opgemerkt. De totale behandelingsduur bedraagt enkele minuten. Hoewel nagenoeg onschadelijk, is ook deze procedure niet vrij van risico. Daarom wordt de laser behandeling slechts toegepast als er een duidelijke verslechtering van het gezichtsvermogen ten gevolge van nastaar is vastgesteld. De oogarts spreekt af welke druppels na de behandeling gebruikt moeten worden en wanneer hij de patiënt wil terugzien. (top)

XI. Conclusie.

De vertroebeling van de ooglens kan alleen operatief worden behandeld. Het tijdstip van de operatie is meestal niet belangrijk, men kan alles rustig voorbereiden en de periode uitkiezen welke het beste schikt. Bij te vroeg opereren loopt u onnodig risico. Te lang wachten verhoogt de kans op problemen. In het algemeen bent u zelf  het beste in  staat te beoordelen of een ingreep nodig is.

Bij afwezigheid van verdere oogafwijkingen is, bij gebruik van de aangepaste methode, het resultaat zeer bevredigend De ingreep is niet pijnlijk en eigenlijk niet belastend voor het lichaam. Dit betekent dat u na de ingreep eigenlijk ook nauwelijks geïnvalideerd bent. Een definitieve bril krijgt u na enige weken voorgeschreven. (top)

XII. PROBLEMEN?!

In geval van de volgende en natuurlijk ook andere problemen

  • Heftige pijn
  • Slechter zicht
  • Toenemende roodheid
  • Zwellen van boven ooglid

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *