|

Bij het richten van de blik op een voorwerp worden lichtstralen afkomstig van
dit voorwerp waargenomen op een speciaal stukje netvlies, de cellaag achter in
het oog. Dit gebied, macula genoemd, is verantwoordelijk voor het scherp zien.
De kegelvormige cellen zijn zeer lichtgevoelig en maken het zien van details en
kleuren mogelijk.
Met de veel minder gevoelige overige delen van het netvlies
kunt u vooral in het donker zien.
Een veel voorkomende afwijking van het ouder wordende oog is een verslechtering
van de macula.
Dit wordt Macula Degeneratie of MD genoemd.
Een oog
aangedaan door Macula Degeneratie is minder goed tot slecht in staat details en
kleuren waar te nemen.
Toenemen van de afwijking kan leiden tot verlies van het
scherp zien, ook wel centraal zien genoemd.
In de Verenigde Staten en in
Nederland is MD de belangrijkste oorzaak van een blijvende achteruitgang van
het gezichtsvermogen bij mensen boven de 65 jaar. Niemand weet met zekerheid
hoeveel mensen aan MD lijden, maar sommigen schatten, dat in de Verenigde
Staten wel 13 miljoen mensen van 40 jaar en ouder tekenen vertonen van MD en
dat meer dan 1,2 miljoen mensen inmiddels het stadium bereikt hebben waarbij het
centrale zien verloren is gegaan. Omdat in de wereld het aantal oudere mensen
blijft toenemen, zal MD uitgroeien tot een steeds groter probleem voor de
volksgezondheid. Onderzoek naar het voorkomen of vertragen van de aandoening is
dus uitermate belangrijk.
I. Soorten en oorzaken.
Bij Macula Degeneratie (MD) zijn twee belangrijke vormen te
onderscheiden:
De 'droge' MD
Deze vorm begint als kleine bleekgele afzettingen', drusen, genoemd, zich
beginnen op te hopen in de macula. Deze drusen breken geleidelijk de
lichtgevoelige cellen in de macula af, waardoor het zien zal verminderen. Dit is
een sluipend en zeer langzaam verlopend proces, waarbij het vele jaren kan
duren, voordat het zien achteruit gaat. Gewoonlijk zijn beide ogen min of meer
gelijk aangedaan. Het is bij de droge MD belangrijk dat u uw gezichtsvermogen
goed in de gaten houdt, omdat de droge MD zich kan ontwikkelen tot de ernstiger
'natte' vorm.

Naar boven
Deze vorm van MD wordt ook wel exsudatieve MD, schijfvormige MD of ziekte van
Junius-Kuhnt genoemd. Bij natte MD verloopt het proces veel sneller. De natte
MD ontstaat als er zeer kleine nieuwe bloedvaatjes achter de macula gaan
groeien. Omdat de wanden van deze bloedvaatjes niet normaal zijn, lekken ze
bloedplasma en gaan ze gemakkelijk kapot, wat gepaard gaat met een bloeding.
Bloed en bloedplasma (het bloedvocht zonder de gekleurde cellen) beschadigen de
macula, aanleiding gevend tot een snelle en ernstige achteruitgang van het
gezichtsvermogen. Uiteindelijk ontstaat een litteken in de macula met verlies
van het centrale zien. Natte MD treedt vrijwel alleen op bij mensen die al
droge MD hebben. Opvallend is dat het andere oog nog lange tijd redelijk goed
kan blijven. Toch moet erop worden gerekend, dat vroeg of laat beide ogen kunnen
worden getroffen.

De precieze oorzaak van MD is niet bekend. Helaas bestaat er momenteel nog geen
blijvend effectieve behandeling of werkzaam geneesmiddel voor deze aandoening.
II. Hoe beïnvloedt MD het gezichtsvermogen?
- Naarmate er meer lichtgevoelige cellen in
de macula verloren gaan, begint uw gezichtsvermogen te veranderen.

- Bij de droge MD vallen er geleidelijk aan kleine stukjes uit het beeld
weg.
Heel langzaam zal het gezichtsvermogen minder worden.
- Bij de natte vorm van MD raken de beelden vervormd.
Een plotselinge sterke daling van het zicht kan optreden.
- Uiteindelijk leidt MD tot een min of meer rond blind gebied in het
centrum van het blikveld (zie afbeelding).
De meeste mensen met MD zijn in staat redelijk te zien met de rand van het
gezichtsveld (het perifere zien).
- Volledige blindheid, niets meer kunnen zien, komt daarom niet voor bij
MD.
MD is een zeer ingrijpende aandoening met een grote invloed op het dagelijks
leven, omdat lezen, schrijven, autorijden en herkennen van gezichten sterk wordt
bemoeilijkt. Ook kan het moeilijk worden om u aan te passen aan het licht als u
vanuit een donkere in een lichte ruimte komt.

Links: doorsnede van het oog met aan de linkerzijde de macula.
Naar boven
III. Hoe wordt MD opgespoord en geëvalueerd?
Onderstaande onderzoeken kunnen tijdens bezoeken aan de oogarts worden
uitgevoerd om de oorzaak van verminderd gezichtsvermogen vast te stellen.
Als de diagnose MD al is gesteld, is het belangrijk, dat u ook zelf regelmatig
uw gezichtsvermogen controleert.
De testen moeten altijd voor elk oog afzonderlijk worden uitgevoerd.
Visus onderzoek.
Het testen van uw zien veraf en dichtbij.
Refractie onderzoek.
Het bepalen van de “beste” brilsterkte.
Spleetlamp onderzoek.
Het beoordelen van o.a. het hoornvlies en lens.
Fundoscopie.
Het op eenvoudige wijze bekijken van het netvlies.
Gezichtsveld onderzoek.
Het vastleggen van het vermogen de omgeving te zien tijdens het kijken naar
een vast punt.
Foto's.
Het op een van de vele manieren vastleggen van de afwijkingen in het
netvlies.
Oogdruk.
Het meten van de spanning in het oog.
Amsler test.
Het testen met een raster teneinde eventuele vervormingen veroorzaakt door
netvlies afwijkingen op te sporen. Dit is een methode, die zeer geschikt is voor
zelfcontrole thuis. Ook het beoordelen van de vorm van een raamkozijn, van een
deurpost, van tegels in toilet of badkamer of van de regels in een schrift kan u
behulpzaam zijn bij uw zelfcontrole.
Low vision onderzoek.
Ter bepaling van de stand van zaken bij hen die de afwijkingen hebben dient
dit onderzoek. Met allerlei speciale beeldvergrotings apparatuur wordt getracht
de resterende functies zo optimaal mogelijk te benutten.
Optovue OCT.
Met de nieuwste
technieken zijn we nu zonder moeite in staat inzicht te krijgen in de conditie
van het netvlies.
Foto’s geven uw netvlies en in het bijzonder de macula tot in detail weer.
Dit maakt beleid ten aanzien van therapeutisch ingrijpen eenvoudiger.
Door de ontwikkeling van de Optovue OCT is het begeleiden van deze mensen
eenvoudig en succesvol.
Juist zij komen in aanmerking voor een periodieke keuring.
De foto’s tonen aan of er afwijkingen in een vroege fase aanwezig zijn!
Periodieke opnames geven de ontwikkeling aan.
Bloedcirculatie metingen.
Tijdens deze onschuldige test wordt de bloeddoorstroming op choreoidaal
niveau, het weefsel direct onder het netvlies, gemeten. Het bloed in dit weefsel
zorg voor zuurstofvoorziening, voeding en temperatuur regulatie. Dit laatste is
waarschijnlijk erg belangrijk voor een goed functioneren van het netvlies.
Tevens van belang.
Dieet onderzoek.
Aan de hand van een vragenlijst en een gesprek wordt nagegaan of uw voeding
aanleiding geeft tot het ontstaan van de afwijking.
Bloedonderzoek.
Het bepalen van het cholesterol en fibrinogeen gehalte, Angiogenen onderzoek, en
het bepalen van enkele voedingsstoffen in het bloed.
Naar boven
IV. Welke risicofactoren zijn er voor MD?
Leeftijd.
Leeftijd is de belangrijkste risicofactor voor MD. In de Verenigde Staten lijdt
naar schatting ongeveer 14% van de mensen tussen de 55 en 64 jaar aan enige vorm
van MD. Dit loopt in de groep 65- tot 75-jarigen op tot bijna 20% en tot 37%
bij 75- plussers. Men mag aannemen dat de cijfers in Nederland niet veel hiervan
zullen afwijken.
Erfelijkheid.
Een aantal onderzoeken toont aan dat MD gedeeltelijk erfelijk kan zijn. Dit
betekent dat u een groter risico heeft op het krijgen van de aandoening als een
of meer van uw bloedverwanten MD heeft. Onderzoek hiernaar wordt gedaan.
Roken.
Roken doet de hoeveelheid beschermende antioxydanten in het lichaam afnemen. Uit
recent onderzoek is gebleken dat roken de kans op MD vervijfvoudigt. Uit het
onderzoek is verder naar voren gekomen, dat MD vijf maal zo vaak voorkomt bij
mensen, die meer dan een pakje sigaretten per dag roken en dat het risico hoog
blijft zelfs tot 15 jaar nadat iemand gestopt is met roken.
Hart- en vaatziekten.
Er zijn aanwijzingen, dat mensen met een hoge bloeddruk een grotere kans hebben
op het krijgen van een natte MD dan mensen met een normale bloeddruk.
Voeding.
De tere cellen van de macula zijn hoogstwaarschijnlijk erg gevoelig voor
beschadiging door elektrisch geladen zuurstofmoleculen, de zogenaamde vrije
radicalen. Uit eerder onderzoek blijkt een mogelijk verband tussen het krijgen
van MD en een gebrek aan antioxydanten. stoffen die de schadelijke effecten van
vrije radicalen i n het lichaam tegengaan in de voeding.
Alcohol onttrekt ook antioxydanten aan het lichaam. Verder zijn hoge
concentraties van verzadigde vetten en cholesterol, die zoals bekend schadelijk
zijn voor de bloedvaten, mogelijk ook betrokken bij het ontstaan van
beschadiging van de macula door vrije radicalen.
Geslacht en ras.
Een vrouw van boven de 75 jaar heeft twee maal zo veel kans op MD als een man
van dezelfde leeftijd.
Een lage oestrogeenspiegel (een hormoon in het bloed) bij vrouwen na de
menopauze verhoogt het risico van de aandoening. Er zijn aanwijzingen dat
oestrogeentherapie na de menopauze beschermend kan werken tegen MD, maar op dat
gebied is meer onderzoek nodig.
Opvallend meer personen met een lichte huidskleur lijden aan MD. Blijkbaar
beschermt pigment enigszins tegen MD.
Zonlicht.
De cellen van de macula zijn zeer gevoelig voor zonlicht. Celbeschadiging door
de zon kan na verloop van tijd leiden tot aantasting van de macula.
Naar boven
V. Wat kunt u doen om uw ogen te beschermen?
Aan uw leeftijd, geslacht of afkomst kunt u niets veranderen. Wel kunt u helpen
uw ogen te beschermen door enkele veranderingen in uw levensstijl aan te
brengen.
- Draag een beschermende bril, wanneer u in aanraking komt met
ultraviolette lichtbronnen (zon, zonnebank).
- Draag zonodig een hoed met een rand die uw ogen afschermt voor direct of
indirect zonlicht.
- Gebruik voeding met veel fruit en donkere bladgroenten (spinazie, groene
kool boerenkool).
- Stop met roken, of beter, begin er helemaal niet aan.
- Beperk de hoeveelheid verzadigde vetten en cholesterol in uw voeding.
Houd uw bloeddruk laag.
- Beperk alcohol gebruik.
De meeste van deze adviezen zijn natuurlijk al lang bekend bij iedereen. Het
kan echter geen kwaad ze nogmaals te herhalen.
VI. Behandeling van MD.
Een behandeling die het ziekteproces afdoende bestrijdt met een redelijke kans
op succes is er op dit moment helaas nog niet.
Laserbehandeling.
In een zeer beperkt aantal gevallen van natte MD is behandeling met laser
mogelijk, vooropgesteld dat de situatie daarvoor gunstig is en de diagnose in
een vroeg stadium wordt gesteld. Er zijn verschillende soorten laserbehandeling;
- Argonlaser. Deze laser brandt kleine schroeiplekjes in het netvlies.
Hierdoor wordt littekenvorming opgewekt hetgeen op zijn beurt
verschrompeling van o.a. bloedvaten ten gevolge heeft.
- Visudyne™ lasers. Met deze laser behandeling worden vooraf gemarkeerde
bloedvaten van slechte kwaliteit licht bestraald. De kleurstof in het
bloedvat klontert en doet het vat dichtslibben. De intensiteit van de
laserstraal is zodanig licht dat het overige netvliesweefsel geen nadelig
effect ondervindt.
Chirurgisch.
In enkele landen wordt onderzocht in hoeverre het inbrengen van embryonaal
weefsel een gunstig resultaat zou opleveren. Deze vorm van behandeling is nog
zeer experimenteel en werpt natuurlijk nogal wat vragen op.
Netvliesrotatie.
In sommige centra wordt het netvlies geheel losgemaakt, enkele graden gedraaid
en vervolgens weer aangelegd. Een risicovolle techniek gezien de kans op
herhaalde netvliesloslating. Ook zien geopereerden vaak nog onduidelijke
beelden.
In andere centra wordt slechts locaal het aangedane netvlies aan gepakt. Dit kan
door bijvoorbeeld het verlittekende weefsel onder de macula weg te nemen of door
de macula over een kleine afstand te verplaatsen. Hoewel er minder kans is op
netvliesloslating zijn deze technieken toch gekenmerkt door moeizame resultaten.
Hopelijk dat dit in de toekomst zal verbeteren.
Implantatie van een telescooplens.
Deze relatief nieuwe techniek biedt de mogelijkheid met een oog een
beeldvergroting van ongeveer 3-6 keer te bereiken. Deze vergroting gaat ten
koste van het gezichtsveld. Dit wordt verkleind tot ongeveer 6 graden. (Op een
meter afstand is de grootte van het gezichtsveld dan 17 cm.). Risico’s zijn
minimaal. De rehabilitatie is echter moeizaam. De techniek is geïndiceerd bij
mensen met de droge vorm.
Implantatie van een piggybag prisma lens.
Hierbij wordt het getracht het beeld af te beelden op een plek naast de macula.
Men moet zich realiseren dat de gevoeligheid op plekken naast de macula, zelfs
op korte afstand, beduidend lager is. Het zicht zal overeenkomstig beïnvloed
worden.
Toedienen van warmte stralen ter plaatse van de macula.
Behandeling met radiotherapie is uitgebreid onderzocht, tot op heden
blijkt slechts een kleine groep MD patiënten gunstig op radiotherapie te
reageren.
Geen enkel onderzoek naar medicamenteuze behandeling heeft tot nu toe gunstige
resultaten opgeleverd.
Hormoon substitutie bij vrouwen zou een positief effect kunnen hebben.
Voeding.
Een toenemend aantal onderzoeken lijkt erop te wijzen dat voeding een rol speelt
bij MD. Het verbeteren van uw voedingspatroon kan wellicht uw gezichtsvermogen
verbeteren en degeneratie van de macula vertragen. Wat misschien nog
belangrijker is: een aangepast dieet zou kunnen helpen de aandoening te
voorkomen.Diverse onderzoeken naar MD richten zich op de rol van een bepaalde
groep antioxydanten, de zogeheten carotenoïden (de pigmenten waaraan fruit en
groenten hun kleur ontlenen). Luteine en zeaxanthine, twee van deze
carotenoïden, zijn pigmenten die in de macula worden aangetroffen. Sommige
wetenschappers menen dat luteine en zeaxanthine, vanwege hun gele kleur,
bescherming kunnen bieden tegen MD. Ze zouden voorkomen dat te veel schadelijk
blauw en ultraviolet licht het gevoelige weefsel aan de achterzijde van het
netvlies bereikt en de lichtgevoelige cellen beschadigt. Uit recent onderzoek in
de Verenigde Staten is gebleken, dat de mensen die grote hoeveelheden
voedingsmiddelen gebruiken met veel carotenoïden, in het bijzonder luteine en
zeaxanthine, ruim 40% minder kans op MD hebben dan diegenen die de weinig
gebruiken. Luteine en zeaxanthine worden in bijna alle soorten fruit en groenten
gevonden Meestal worden ze aangetroffen in donkergroene bladgroenten, zoals
spinazie en groene kool. Een ander onderzoek, onder oudere mannen, toont aan dat
het verhogen van de hoeveelheid antioxydanten in de voeding, geleidelijke
achteruitgang van het gezichtsvermogen door MD afremt. Hoewel er een verband
lijkt te bestaan tussen de opname van carotenoïden en MD, is er meer onderzoek
nodig om deze informatie te ondersteunen. Intussen kan een voedingspatroon met
per dag minstens een portie groenten met een hoog gehalte aan luteine en
zeaxanthine helpen de kans op MD te verlagen.
Hoewel er momenteel geen behandeling bestaat voor MD wordt er veel onderzoek
gedaan op een groot aantal gebieden. De wetenschap zal blijven zoeken naar wegen
om het voortschrijden van MD te voorkomen of te vertragen, zodat toekomstige
generaties ouderen niet gehandicapt worden door macula degeneratie.
Visudyne.
Al weer enkele jaren geleden begon men gebruik te maken van een “twee
componenten” vloeistof. Een vloeistof wordt via een bloedvat in de arm
ingespoten. Na ongeveer 15 minuten wordt het netvlies blootgesteld aan
ultraviolet licht. Hierdoor ontstaat een reactie waardoor het afwijkende
bloedvat afgesloten wordt. Hoewel aanvankelijk vaak gebruikt werd de techniek
geleidelijk vervangen door eenvoudiger oplossingen.
Lucentis en Avastine
Deze vloeistoffen worden in het oog ingespoten. Het betreft een kleine
hoeveelheid van 0.4 ml. Door het kleinst mogelijke naaldje wordt de vloeistof in
het oog gespoten. Men voelt er eigenlijk weinig van, misschien slechts een
lichte druk. Soms ziet men een schaduw. Lucentis had als eerste medicijn de
vereiste onderzoeken klaar. Het werd voor Avastine, een middel dat eigenlijk op
ander gebied wordt gebruikt, lastig om een plaats in de wereld vast te houden.
Dit ondanks het feit dat het vrijwel dezelfde werking heeft en aanzienlijk
goedkoper is. Dit laatste argument maakt het in vele landen nog een belangrijk
geneesmiddel.
Naar boven
VII. Welke hulp is er beschikbaar voor mensen met een eindstadium van MD?
Mensen met een eindstadium van MD kunnen bij lezen en televisiekijken gebruik
maken van hulpmiddelen voor slechtzienden, zoals vergrotingsapparaten,
telescoopbrillen, grootletterboeken en computers.
Het vakkundig aanpassen van zogenaamde ‘Low Vision' hulpmiddelen is van groot
belang bij mensen met MD. Daardoor kan een patiënt met MD toch grote letters
lezen en iets meer van de omgeving waarnemen.
Speciaal opgeleide 'low-vision' specialisten zijn daarbij behulpzaam.
VIII. Samenvatting.
Macula Degeneratie is:
>> Een afwijking van het netvlies, vaak leidend tot slecht zien.
>> Belangrijke factoren zijn erfelijkheid, voeding, lichamelijke conditie.
>> Er is vooralsnog geen afdoende behandeling.
>> Geaccepteerde behandelingsmethoden zijn:
- Visudyne laser behandeling.
- Telescoop lens implantatie.
- Bloedfiltratie technieken.
Onderzoek geeft aan dat voedingadviezen, voedingssupplementen en het stimuleren
van initiatieven voor een betere conditie van het hart- vaatstelsel een basis
voor het voorkomen en vertragen van de afwijkingen.
De Stichting Oogzorg Amstelveen stelt zich ten doel de behandeling en preventie
van MD te laten plaatsvinden door een team van deskundigen.
- Een diëtist(e) begeleidt de voedingsaspecten. Aan de hand van een
enquête wordt het voedingspatroon bekeken. Eventueel worden adviezen gegeven
deze te verbeteren. Periodieke begeleiding kan plaatsvinden. Bloedonderzoek
vormt een deel van de begeleiding.
- Een arts controleert uw hartvaatstelsel en lichamelijke conditie. Hij
heeft tevens de verantwoordelijkheid voor bloedonderzoek, bloedfiltratie
behandelingen en begeleiding. Diverse initiatieven kunnen worden geadviseerd
ter verbetering van de conditie.
- Een optometrist onderzoekt regelmatig het functioneren en de kwaliteit
van uw netvlies. Dit gebeurt met de meest moderne en betrouwbare methoden. U
wordt op deze wijze nauwkeurig op de hoogte gehouden van het wel en wee van
uw centrale netvlies.
- Bij de eerste tekenen van dreigende degeneratie krijgt u van de oogarts
adviezen ten aanzien van behandeling. Mocht het nodig zijn dan kan gekozen
worden uit een arsenaal van de meest moderne behandelingsmethoden. De
oogarts behandelt gediagnosticeerde afwijkingen.
Als zodanig zou men reeds van een goed alternatief kunnen spreken. Voorop staat
een intensieve samenwerking van specialisten op divers gebied. De vooraanstaande
plaats welke de diëtist in deze inneemt is tekenend daarvoor.
Naast detectie, begeleiding en behandeling achten wij preventie van evenveel
belang. In deze is niet alleen de patiënt lijdend aan de afwijking, maar vooral
ook actieve begeleiding van de directe familieleden essentieel. Zij immers zien
welke problemen de degeneratie opleveren. Zij zijn gemotiveerd er daadwerkelijk
in een vroeg stadium iets aan te doen in de hoop het ontstaan van de aandoening
te voorkomen.
Naar boven
|
|