Category Archives: Nieuws

Wat is het verschil met ogenlaseren tussen LASIK, LASEK en PRK?

Over het algemeen zijn er drie methoden voor het gebruik van laser-oogchirurgie voor het behandelen van patiënten met brekingsfouten.

ogen-laten-laseren

1. PRK

Bij het PRK-een type ‘oppervlaktebehandeling’ wordt het epithelium verwijderd, zodat de laser de permanente laag onderaan kan hervormeren. Hierna wordt een contactlens toegepast als een bandage om het epithelium te laten groeien onder de contactlens en het oppervlak van het oog opnieuw op te vullen.

2. Lasek

De LASEK is een andere oppervlaktebehandeling vergelijkbaar met PRK. Het epithelium wordt ook verwijderd, maar in plaats van te weggooien, wordt het gewoon naar de kant geduwd. De permanente laag aan de onderkant wordt dan opnieuw gevormd en het epitheel verhuist terug. Een contactlens wordt opnieuw aangebracht op het oppervlak om het te beschermen, terwijl de nieuwe laag zich opnieuw bevolkt.

3. Lasik

Bij LASIK ogen laseren wordt een dunne flap gemaakt in het epithelium dat doordringt tot net onder het oppervlak van de permanente laag. Dit laat de chirurg een kleine deuropening toe voor het opnieuw vormen van de permanente laag.Door de flap terug te keren naar zijn oorspronkelijke positie, hoeven alleen de randen van de te genezen. Zo is de hersteltijd van LASIK slechts een fractie van die van LASEK en PRK.

Een nadere blik op brekingschirurgie

LASIK, LASEK en PRK werken allemaal met hun magie door een laser te gebruiken om het weefsel van de hoornvlies te wijzigen (de laag onder het epithelium).

Verwijdering van weefsel uit het hoornvlies leidt niet tot regeneratie van stromweefsel; In tegenstelling tot het verwijderen van epitheliaal weefsel, dat leidt tot hergroei. Daarom kan verwijdering van stromale weefsel resulteren in permanente herschikking van de hoornvlies, en daarmee verandert een de focuskracht.

De behandelingen Lasik en PRK worden uitgevoerd door Visus oogkliniek. Tevens bieden ze ReLEx SMILE (Small Incision Lenticule Extraction) aan. Dat is op dit moment de meest vooruitstrevende ooglaser methode ter wereld. Laat je ogen laseren bij Visus Oogkliniek

Hoe u zich voorbereidt op cosmetische ooglidchirurgie

ooglidcorrectieHet chirurgische vooruitzicht is schrikwekkend en het is niet anders met cosmetische chirurgie, vooral als je denkt aan een plastische chirurgie op de ogen. Bij vandenbroeckekliniek in Leiden zijn veel patiënten bezorgd over de kans op pijnlijke of ongewenste bijwerkingen van een cosmetische ooglidchirurgie procedure.

Het is te begrijpen. Allereerst, uw oorspronkelijke focus is op het aanpakken van cosmetische zorgen, zoals druppelende oogleden, waardoor u ouder kan worden dan uw biologische leeftijd. We realiseren ons ook dat het weten wat te verwachten en hoe u vooraf voorbereidt wat wonderen kan doen voor uw angst en zelfs u meer te laten ontspannen over de cosmetische ooglidchirurgie en opgewonden zijn over de resultaten die het zal opleveren.

Dingen om te overwegen voor een procedure

Om voor de oogchirurgie voor te bereiden, vraag zoveel mogelijk vragen, zodat u zo comfortabel mogelijk binnenkomt. Laten we eens kijken naar een aantal dingen die u zullen helpen om u klaar te maken voor uw cosmetische gezichtschirurgiedatum.

Verwacht – en omhels – Nervoosheid
Het is bijna gegarandeerd dat je minstens een beetje zenuwachtig bent over de ooglidprocedure. Dat is oke, omarm het, vecht er niet tegen. Gebruik de zenuwachtigheid voor uw voordeel door alle kleine dingen die u kunnen helpen ontspannen.

Zelfs als u alle resterende suggesties volgt die u kunt volgen, kan u nog steeds nerveus zijn, wat natuurlijk is, dus accepteer het gewoon (uw bloeddruk zal u bedanken).

Verminder uw verwachtingen
Dit moet uw eerste stap zijn en een doorlopend proces. Beheers uw verwachtingen aangezien cosmetische ooglidchirurgie niet een transformatieve procedure is, noch is het bedoeld om te zijn. De procedure is bedoeld om het uiterlijk van je ogen te verbeteren.

Als u uw huiswerk doet, zou het gemakkelijk zijn uw verwachtingen te beheren. Houd een eerlijke discussie met uw chirurg over uw verwachtingen, motivatie en doelen voor de operatie, die de basis zullen bieden voor succesvolle resultaten.

Meer informatie over de esthetische ooglidprocedure blepharoplasty op Wikipedia.org.

Door ijverigheid
Vervolgens is het vinden van de juiste plastische chirurg cruciaal. Dit lijkt duidelijk, maar we weten dat sommige patiënten zich zo bezorgd voelen over hun conditie of cosmetische kwestie, alsook de potentiële hersteltijd, de resultaten van de procedure, enz., dat ze soms vergeten om ervoor te zorgen dat een chirurg verstandig wordt gekozen.

Onderzoek uw opties en probeer, als u niet zeker bent van een chirurg, geduldig te zijn in het vinden in iemand die ervaren, bekwaam, gecertificeerd en begrijpelijk is. U wilt werken met een chirurg met wie u comfortabel bent, wat een lange weg zal zijn bij het bepalen van het succes van de cosmetische ooglidchirurgie.
Als onderdeel van uw zorgvuldigheid, zorg ervoor dat uw cosmetische ooglidprocedure in een erkende, geschikte chirurgische instelling (zoals uw chirurgische kantoor), een erkend ambulant operatiecentrum of een gerespecteerd ziekenhuis worden uitgevoerd.

Kosten
Goedkope cosmetische ooglidchirurgieprocedures kunnen betekenen dat u krijgt waarvoor u betaalt. Hoewel we begrijpen dat patiënten een budget kunnen hebben, moeten ze zich houden aan, soms lijkt een plastische chirurg in de oogopslag die lijkt op een goed koopje, weinig ervaring, vertrouwen of training, die tot uiting komt in hun kosten en hun resultaten.

MACULA DEGENERATIE (OMD)

Bij het richten van de blik op een voorwerp worden lichtstralen afkomstig van dit voorwerp waargenomen op een speciaal stukje netvlies, de cellaag achter in het oog. Dit gebied, macula genoemd, is verantwoordelijk voor het scherp zien. De kegelvormige cellen zijn zeer lichtgevoelig en maken het zien van details en kleuren mogelijk. Met de veel minder gevoelige overige delen van het netvlies kunt u vooral in het donker zien.
Een veel voorkomende afwijking van het ouder wordende oog is een verslechtering van de macula. Dit wordt Ouderdoms Macula Degeneratie of OMD genoemd. Een oog aangedaan door macula degeneratie is minder goed tot slecht in staat details en kleuren waar te nemen. Toenemen van de afwijking kan leiden tot verlies van het scherp zien, ook wel centraal zien genoemd. In de Verenigde Staten en in Nederland is OMD de belangrijkste oorzaak van een blijvende achteruitgang van het gezichtsvermogen bij mensen boven de 65 jaar. Niemand weet met zekerheid hoeveel mensen aan OMD lijden, maar sommigen schatten, dat in de Verenigde Staten wel 13 miljoen mensen van 4O jaar en ouder tekenen vertonen van OMD en dat meer dan 1,2 miljoen mensen inmiddels het stadium bereikt hebben waarbij het centrale zien verloren is gegaan.Omdat in de wereld het aantal oudere mensen blijft toenemen, zal OMD uitgroeien tot een steeds groter probleem voor de volksgezondheid. Onderzoek naar het voorkomen of vertragen van de aandoening is dus uitermate belangrijk. (top)

Soorten en oorzaken.

Bij ouderdom macula degeneratie (OMD) zijn twee belangrijke vormen te onderscheiden:

De ‘droge’ OMDDeze vorm begint als kleine bleekgele afzettingen’, drusen, genoemd, zich beginnen op te hopen in de macula. Deze drusen breken geleidelijk de lichtgevoelige cellen in de macula af, waardoor het zien zal verminderen. Dit is een sluipend en zeer langzaam verlopend proces, waarbij het vele jaren kan duren, voordat het zien achteruit gaat. Gewoonlijk zijn beide ogen min of meer gelijk aangedaan. Het is bij de droge OMD belangrijk dat u uw gezichtsvermogen goed in de gaten houdt, omdat de droge OMD zich kan ontwikkelen tot de ernstiger ‘natte’ vorm.

De ‘natte’ OMD

Deze vorm van OMD wordt ook wel exsudatieve OMD, schijfvormige OMD of ziekte van Junius-Kuhnt genoemd. Bij natte OMD verloopt het proces veel sneller. De natte OMD ontstaat als er zeer kleine nieuwe bloedvaatjes achter de macula gaan groeien. Omdat de wanden van deze bloedvaatjes niet normaal zijn, lekken ze bloedplasma en gaan ze gemakkelijk kapot, wat gepaard gaat met een bloeding. Bloed en bloedplasma (het bloedvocht zonder de gekleurde cellen) beschadigen de macula, aanleiding gevend tot een snelle en ernstige achteruitgang van het gezichtsvermogen. Uiteindelijk ontstaat een litteken in de macula met verlies van het centrale zien. Natte OMD treedt vrijwel alleen op bij mensen die al droge OMD hebben. Opvallend is dat het andere oog nog lange tijd redelijk goed kan blijven. Toch moet erop worden gerekend, dat vroeg of laat beide ogen kunnen worden getroffen.

De precieze oorzaak van OMD is niet bekend. Helaas bestaat er momenteel nog geen blijvend effectieve behandeling of werkzaam geneesmiddel voor deze aandoening. (top)

Hoe beïnvloedt OMD het gezichtsvermogen?

Naarmate er meer lichtgevoelige cellen in de macula verloren gaan, begint uw gezichtsvermogen te veranderen.

  • Bij de droge OMD vallen er geleidelijk aan kleine stukjes uit het beeld weg. Heel langzaam zal het gezichtsvermogen minder worden.
  • Bij de natte vorm van OMD raken de beelden vervormd. Een plotselinge sterke daling van het zicht kan optreden.
  • Uiteindelijk leidt OMD tot een min of meer rond blind gebied in het centrum van het blikveld. De meeste mensen met OMD zijn in staat redelijk te zien met de rand van het gezichtsveld (het perifere zien).
  • Volledige blindheid, niets meer kunnen zien, komt daarom niet voor bij OMD.

OMD is een zeer ingrijpende aandoening met een grote invloed op het dagelijks leven, omdat lezen, schrijven, autorijden en herkennen van gezichten sterk wordt bemoeilijkt. Ook kan het moeilijk worden om u aan te passen aan het licht als u vanuit een donkere in een lichte ruimte komt. (top)

Rechts: doorsnede van het oog met aan de linkerzijde de macula

Hoe wordt OMD opgespoord en geëvalueerd?

Onderstaande onderzoeken kunnen tijdens bezoeken aan de oogarts worden uitgevoerd om de oorzaak van verminderd gezichtsvermogen vast te stellen.
Als de diagnose OMD al is gesteld, is het belangrijk, dat u ook zelf regelmatig uw gezichtsvermogen controleert.
De testen moeten altijd voor elk oog afzonderlijk worden uitgevoerd.

VISUS ONDERZOEK

  • Het testen van uw zien veraf en dichtbij

REFRACTIE ONDERZOEK

  • Het bepalen van de “beste” brilsterkte.

SPLEETLAMP ONDERZOEK

  • Het beoordelen van o.a. het hoornvlies en lens

FUNDOSCOPIE

  • Het op eenvoudige wijze bekijken van het netvlies.

GEZICHTSVELD ONDERZOEK

  • Het vastleggen van het vermogen de omgeving te zien tijdens het kijken naar een vast punt.

FOTO’S

  • Het op een van de vele manieren vastleggen van de afwijkingen in het netvlies.

OOGDRUK

  • Het meten van de spanning in het oog

AMSLER TEST

  • Het testen met een raster teneinde eventuele vervormingen veroorzaakt door netvlies afwijkingen op te sporen. Dit is een methode, die zeer geschikt is voor zelfcontrole thuis. Ook het beoordelen van de vorm van een raamkozijn, van een deurpost, van tegels in toilet of badkamer of van de regels in een schrift kan u behulpzaam zijn bij uw zelfcontrole.

LOW VISIONONDERZOEK

  • ter bepaling van de stand van zaken bij hen die de afwijkingen hebben dient dit onderzoek. Met allerlei speciale beeldvergrotings apparatuur wordt getracht de resterende functies zo optimaal mogelijk te benutten.

OCT

  • met deze ultramoderne techniek wordt nauwkeurig nagegaan hoe in de loop van de tijd de dikte van uw netvlieslaag verandert. Ingeval uw macula tekenen van degeneratie vertoont is dit de techniek bij uitstek voor ontdekking en evaluatie.

BLOEDCIRCULATIE METINGEN

  • Tijdens deze onschuldige test wordt de bloeddoorstroming op choreoidaal niveau, het weefsel direct onder het netvlies, gemeten. Het bloed in dit weefsel zorg voor zuurstofvoorziening, voeding en temperatuur regulatie. Dit laatste is waarschijnlijk erg belangrijk voor een goed functioneren van het netvlies.

Tevens van belang

Dieet onderzoek

  • aan de hand van een vragenlijst en een gesprek wordt nagegaan of uw voeding aanleiding geeft tot het ontstaan van de afwijking.

Bloedonderzoek

  • het bepalen van het cholesterol en fibrinogeen gehalte, Angiogenen onderzoek, en het bepalen van enkele voedingsstoffen in het bloed. (top)

Welke risicofactoren zijn er voor OMD?

Leeftijd

Leeftijd is de belangrijkste risicofactor voor OMD. In de Verenigde Staten lijdt naar schatting ongeveer 14% van de mensen tussen de 55 en 64 jaar aan enige vorm van OMD. Dit loopt in de groep 65- tot 75-jarigen op tot bijna 20% en tot 37% bij 75- plussers. Men mag aannemen dat de cijfers in Nederland niet veel hiervan zullen afwijken.

Erfelijkheid

Een aantal onderzoeken toont aan dat OM D gedeeltelijk erfelijk kan zijn. Dit betekent dat u een groter risico heeft op het krijgen van de aandoening als een of meer van uw bloedverwanten OMD heeft. Onderzoek hiernaar wordt gedaan.

Roken

Roken doet de hoeveelheid beschermende antioxydanten in het lichaam afnemen. Uit recent onderzoek is gebleken dat roken de kans op OMD vervijfvoudigt. Uit het onderzoek is verder naar voren gekomen, dat OMD vijf maal zo vaak voorkomt bij mensen, die meer dan een pakje sigaretten per dag roken en dat het risico hoog blijft zelfs tot 15 jaar nadat iemand gestopt is met roken.

Hart- en vaatziekten

Er zijn aanwijzingen, dat mensen met een hoge bloeddruk een grotere kans hebben op het krijgen van een natte OMD dan mensen met een normale bloeddruk.

Voeding

De tere cellen van de macula zijn hoogstwaarschijnlijk erg gevoelig voor beschadiging door elektrisch geladen zuurstofmoleculen, de zogenaamde vrije radicalen. Uit eerder onderzoek blijkt een mogelijk verband tussen het krijgen van OMD en een gebrek aan antioxydanten. stoffen die de schadelijke effecten van vrije radicalen i n het lichaam tegengaan in de voeding.

Alcohol onttrekt ook antioxydanten aan het lichaam. Verder zijn hoge concentraties van verzadigde vetten en cholesterol, die zoals bekend schadelijk zijn voor de bloedvaten, mogelijk ook betrokken bij het ontstaan van beschadiging van de macula door vrije radicalen.

Geslacht en ras

Een vrouw van boven de 75 jaar heeft twee maal zo veel kans op OMD als een man van dezelfde leeftijd.

Een lage oestrogeenspiegel (een hormoon in het bloed) bij vrouwen na de menopauze verhoogt het risico van de aandoening. Er zijn aanwijzingen dat oestrogeentherapie na de menopauze beschermend kan werken tegen OMD, maar op dat gebied is meer onderzoek nodig.

Opvallend meer personen met een lichte huidskleur lijden aan OMD. Blijkbaar beschermt pigment enigszins tegen OMD.

Zonlicht

De cellen van de macula zijn zeer gevoelig voor zonlicht. Celbeschadiging door de zon kan na verloop van tijd leiden tot aantasting van de macula. (top)

Wat kunt u doen om uw ogen te beschermen?

Aan uw leeftijd, geslacht of afkomst kunt u niets veranderen. Wel kunt u helpen uw ogen te beschermen door enkele veranderingen in uw levensstijl aan te brengen.

  • Draag een beschermende bril, wanneer u in aanraking komt met ultraviolette lichtbronnen (zon, zonnebank).
  • Draag zonodig een hoed met een rand die uw ogen afschermt voor direct of indirect zonlicht.
  • Gebruik voeding met veel fruit en donkere bladgroenten (spinazie, groene kool boerenkool).
  • Stop met roken, of beter, begin er helemaal niet aan.
  • Beperk de hoeveelheid verzadigde vetten en cholesterol in uw voeding. Houd uw bloeddruk laag.
  • Beperk alcohol gebruik.

De meeste van deze adviezen zijn natuurlijk al lang bekend bij iedereen. Het kan echter geen kwaad ze nogmaals te herhalen. (top)

Behandeling van OMD

Een behandeling die het ziekteproces afdoende bestrijdt met een redelijke kans op succes is er op dit moment helaas nog niet.Laserbehandeling
In een zeer beperkt aantal gevallen van natte OMD is behandeling met laser mogelijk, vooropgesteld dat de situatie daarvoor gunstig is en de diagnose in een vroeg stadium wordt gesteld. Er zijn verschillende soorten laserbehandeling;

  • Argonlaser. Deze laser brandt kleine schroeiplekjes in het netvlies. Hierdoor wordt littekenvorming opgewekt hetgeen op zijn beurt verschrompeling van o.a. bloedvaten ten gevolge heeft.
  • Visudyne™ lasers. Met deze laser behandeling worden vooraf gemarkeerde bloedvaten van slechte kwaliteit licht bestraald. De kleurstof in het bloedvat klontert en doet het vat dichtslibben. De intensiteit van de laserstraal is zodanig licht dat het overige netvliesweefsel geen nadelig effect ondervindt.

Chirurgisch

In enkele landen wordt onderzocht in hoeverre het inbrengen van embryonaal weefsel een gunstig resultaat zou opleveren. Deze vorm van behandeling is nog zeer experimenteel en werpt natuurlijk nogal wat vragen op.

Netvliesrotatie. In sommige centra wordt het netvlies geheel losgemaakt, enkele graden gedraaid en vervolgens weer aangelegd. Een risicovolle techniek gezien de kans op herhaalde netvliesloslating. Ook zien geopereerden vaak nog onduidelijke beelden.
In andere centra wordt slechts locaal het aangedane netvlies aan gepakt. Dit kan door bijvoorbeeld het verlittekende weefsel onder de macula weg te nemen of door de macula over een kleine afstand te verplaatsen. Hoewel er minder kans is op netvliesloslating zijn deze technieken toch gekenmerkt door moeizame resultaten. Hopelijk dat dit in de toekomst zal verbeteren.

Implantatie van een telescooplens. Deze relatief nieuwe techniek biedt de mogelijkheid met een oog een beeldvergroting van ongeveer 3-6 keer te bereiken. Deze vergroting gaat ten koste van het gezichtsveld. Dit wordt verkleind tot ongeveer 6 graden. (Op een meter afstand is de grootte van het gezichtsveld dan 17 cm.). Risico’s zijn minimaal. De rehabilitatie is echter moeizaam. De techniek is geïndiceerd bij mensen met de droge vorm.

Implantatie van een piggybag prisma lens. Hierbij wordt het getracht het beeld af te beelden op een plek naast de macula. Men moet zich realiseren dat de gevoeligheid op plekken naast de macula, zelfs op korte afstand, beduidend lager is. Het zicht zal overeenkomstig beïnvloed worden.

Toedienen van warmte stralen ter plaatse van de macula.

Behandeling met radiotherapie is uitgebreid onderzocht, tot op heden blijkt slechts een kleine groep OMD patiënten gunstig op radiotherapie te reageren.

Geen enkel onderzoek naar medicamenteuze behandeling heeft tot nu toe gunstige resultaten opgeleverd. Hormoon substitutie bij vrouwen zou een positief effect kunnen hebben.

Voeding. Een toenemend aantal onderzoeken lijkt erop te wijzen dat voeding een rol speelt bij OMD. Het verbeteren van uw voedingspatroon kan wellicht uw gezichtsvermogen verbeteren en degeneratie van de macula vertragen. Wat misschien nog belangrijker is: een aangepast dieet zou kunnen helpen de aandoening te voorkomen.Diverse onderzoeken naar OMD richten zich op de rol van een bepaalde groep antioxydanten, de zogeheten carotenoïden (de pigmenten waaraan fruit en groenten hun kleur ontlenen). Luteine en zeaxanthine, twee van deze carotenoïden, zijn pigmenten die in de macula worden aangetroffen. Sommige wetenschappers menen dat luteine en zeaxanthine, vanwege hun gele kleur, bescherming kunnen bieden tegen OMD. Ze zouden voorkomen dat te veel schadelijk blauw en ultraviolet licht het gevoelige weefsel aan de achterzijde van het netvlies bereikt en de lichtgevoelige cellen beschadigt. Uit recent onderzoek in de Verenigde Staten is gebleken, dat de mensen die grote hoeveelheden voedingsmiddelen gebruiken met veel carotenoïden, in het bijzonder luteine en zeaxanthine, ruim 40% minder kans op OMD hebben dan diegenen die de weinig gebruiken. Luteine en zeaxanthine worden in bijna alle soorten fruit en groenten gevonden Meestal worden ze aangetroffen in donkergroene bladgroenten, zoals spinazie en groene kool. Een ander onderzoek, onder oudere mannen, toont aan dat het verhogen van de hoeveelheid antioxydanten in de voeding, geleidelijke achteruitgang van het gezichtsvermogen door OMD afremt. Hoewel er een verband lijkt te bestaan tussen de opname van carotenoïden en OMD, is er meer onderzoek nodig om deze informatie te ondersteunen. Intussen kan een voedingspatroon met per dag minstens een portie groenten met een hoog gehalte aan luteine en zeaxanthine helpen de kans op OMD te verlagen.

Hoewel er momenteel geen behandeling bestaat voor OMD wordt er veel onderzoek gedaan op een groot aantal gebieden. De wetenschap zal blijven zoeken naar wegen om het voortschrijden van OMD te voorkomen of te vertragen, zodat toekomstige generaties ouderen niet gehandicapt worden door macula degeneratie.(top)

Welke hulp is er beschikbaar voor mensen met een eindstadium van OMD?

Mensen met een eindstadium van OMD kunnen bij lezen en televisiekijken gebruik maken van hulpmiddelen voor slechtzienden, zoals vergrotingsapparaten, telescoopbrillen, grootletterboeken en computers.

Het vakkundig aanpassen van zogenaamde ‘Low Vision’ hulpmiddelen is van groot belang bij mensen met OMD. Daardoor kan een patiënt met OMD toch grote letters lezen en iets meer van de omgeving waarnemen. Speciaal opgeleide ‘low-vision’ specialisten zijn daarbij behulpzaam. (top)

Samenvatting.

Ouderdoms Macula Degeneratie is

  • Een afwijking van het netvlies, vaak leidend tot slecht zien.
  • Belangrijke factoren zijn erfelijkheid, voeding, lichamelijke conditie.
  • Er is vooralsnog geen afdoende behandeling.
  • Geaccepteerde behandelingsmethoden zijn:

Visudyne laser behandeling

Telescoop lens implantatie

Bloedfiltratie techniekenOnderzoek geeft aan dat voedingadviezen, voedingssupplementen en het stimuleren van initiatieven voor een betere conditie van het hart-vaatstelsel een basis voor het voorkomen en vertragen van de afwijkingen.
De Stichting Oogzorg Amstelveen stelt zich ten doel de behandeling en preventie van OMD te laten plaatsvinden door een team van deskundigen.

  • Een diëtist(e) begeleidt de voedingsaspecten. Aan de hand van een enquête wordt het voedingspatroon bekeken. Eventueel worden adviezen gegeven deze te verbeteren. Periodieke begeleiding kan plaatsvinden. Bloedonderzoek vormt een deel van de begeleiding.
  • Een arts controleert uw hartvaatstelsel en lichamelijke conditie. Hij heeft tevens de verantwoordelijkheid voor bloedonderzoek, bloedfiltratie behandelingen en begeleiding. Diverse initiatieven kunnen worden geadviseerd ter verbetering van de conditie.
  • Een optometrist onderzoekt regelmatig het functioneren en de kwaliteit van uw netvlies. Dit gebeurt met de meest moderne en betrouwbare methoden. U wordt op deze wijze nauwkeurig op de hoogte gehouden van het wel en wee van uw centrale netvlies.
  • Bij de eerste tekenen van dreigende degeneratie krijgt u van de oogarts adviezen ten aanzien van behandeling. Mocht het nodig zijn dan kan gekozen worden uit een arsenaal van de meest moderne behandelingsmethoden. De oogarts behandelt gediagnosticeerde afwijkingen.

Als zodanig zou men reeds van een goed alternatief kunnen spreken. Voorop staat een intensieve samenwerking van specialisten op divers gebied. De vooraanstaande plaats welke de diëtist in deze inneemt is tekenend daarvoor.
Naast detectie, begeleiding en behandeling achten wij preventie van evenveel belang. In deze is niet alleen de patiënt lijdend aan de afwijking, maar vooral ook actieve begeleiding van de directe familieleden essentieel. Zij immers zien welke problemen de degeneratie opleveren. Zij zijn gemotiveerd er daadwerkelijk in een vroeg stadium iets aan te doen in de hoop het ontstaan van de aandoening te voorkomen.

Staaroperatie informatie

U bent slechter gaan zien.

Na onderzoek van uw gezichtsvermogen, hoornvlies, glasvocht en netvlies is komen vast te staan dat de conditie van de lens van het oog in belangrijke mate bij draagt aan het slechter zien. Een staaroperatie kan worden uitgevoerd. Uw dokter heeft het allemaal uitgelegd maar toch wilt u het ook nog eens lezen. Vandaar deze website boordevol informatie over staar en de staaroperatie. Deze chirurgische procedure kan alleen worden uitgevoerd met uw toestemming.

Deze site geeft de basis waarop u een weloverwogen mening kunt vormen over de procedure, de te verwachten voordelen, de risico’s op complicaties en alternatieven.I. Wat is cataract niet.

Cataract is geen vlies of membraan welke over het oog groeit.

Wat is staar.

Het oog is net een pingpong bal. Deze meet ongeveer 2.5 cm in doorsnede. Aan de voorzijde valt een gekleurd deel op en een, in diameter wisselende, zwarte opening. Wanneer men het oog van de zijkant bekijkt is met het blote oog een bol helder vlies waarneembaar. Dit is het hoornvlies. Het gekleurde, door het hoornvlies heen zichtbare, deel is de iris. De zwarte opening is de pupil. Achter de iris bevindt zich de lens. Soms kan men in de pupil opening een witte massa zien. Dit is dan rijpe (mature) staar.
Achter de lens zit het corpus vitreum. Deze glasheldere gel geeft het oog een zekere vormvastheid. Aan de binnenzijde van de witte oogrok bevindt zich het netvlies. Het centrum van het netvlies is van groot belang voor het scherp zien. Hiermee wordt bijvoorbeeld de draad en het oog van de naald scherp waargenomen. Dit deel van het netvlies is de macula.
Het hoornvlies bestaat uit verschillende lagen. In relatie tot een staaroperatie is de binnenste laag het meest van belang. Deze laag pompt vocht uit het hoornvlies. Is deze laag beschadigd dat kan het hoornvlies troebel worden, waardoor het zicht slecht wordt.

Gedurende vele jaren is de lens een heldere flexibele ovale schotelvormige structuur. Hij kan dikker en dunner worden naar gelang de behoefte bestaat objecten veraf of dichtbij scherp af te beelden.Je kunt de lens nog het meest eenvoudig voorstellen als een zakje gevuld met honing. Het “plasticachtig” zakje, kapsel genoemd, omhult de honing kern aan voor- en achterzijde. Tijdens het leven wordt door de cellen aan de binnenzijde van het voorste kapsel continue “honing” afgescheiden. Het materiaal kan niet uit het zakje weg. De lens pompt zich daardoor geleidelijk op. Hierdoor neemt de flexibiliteit geleidelijk af. U merkt dit aan de leesklachten die rond het 40-e jaar ontstaan. Langzaam aan neemt de dichtheid van de “honing” toe. De aanvankelijk vloeibare honing gaat kristalliseren en hard worden. De staar wordt matuur. Staar is een ontwikkeling van vele maanden tot jaren, gelijk het krijgen van grijze haren.Daar mensen steeds langer leven komt staar vaker voor. Het verwijderen van de troebele lens is dan ook geleidelijk een van de meest uitgevoerde ingrepen in de medische wereld geworden. (top)

 prod022
 prod022
II. Hoe ontstaat cataract.Slechts in een beperkt aantal gevallen kennen wij de oorzaak. In de meeste gevallen echter kan de oorzaak niet worden vastgesteld. Cataract is in ieder geval niet het gevolg van verkeerde brilleglazen of van vermoeidheid. Het kan het gevolg zijn van ziekten of van verwondingen in het oog. In sommige families komt cataract meer voor dan in andere. Diabetes (suikerziekte) en langdurig gebruik van corticosteroiden bevorderen het ontstaan van cataract.
Cataract kan op elke leeftijd voorkomen en iemand kan er zelfs mee worden geboren. Veel oude mensen krijgen in een of beide ogen een begin van cataract maar niet iedereen heeft daar last van. In de meeste gevallen wordt het slechts langzaam erger en kan het jaren duren voor men werkelijk slechter gaat zien. (top)III. Klachten.

Cataract gaat niet gepaard met tranen of pijn.Veel patiënten met lenstroebelingen worden heel gevoelig voor tegenlicht, daarom gaan zij in huis met de rug naar het raam zitten of vermijden zij buitenshuis het zonlicht. De ernst van de klachten hangt af van de graad van vertroebeling van de lens. Vaak begint cataract op beide ogen’ maar gewoonlijk wordt het ene oog meer aangetast dan het andere. Een andere bril kan soms helpen maar op den duur gaat men ondanks de nieuwe glazen toch waziger zien zodat “normaal” leven zo goed als onmogelijk wordt. Het regelmatig vervangen van brilleglazen bij bekend cataract is niet schadelijk maar wel kostbaar. (top)
IV. Wat te doen aan staar.Als men ten slotte zo slecht gaat zien dat men er in het dagelijkse leven te veel last van heeft dan is een operatie de goede oplossing, want er zijn geen medicijnen tegen cataract. Het is een veel voorkomende ingreep, waaraan weinig risico verbonden is. Welk ogenblik het beste is om te opereren hangt vooral af van de pati�nt zelf. Met de tegenwoordige methodes hoeft men niet te wachten tot de staar “rijp” is, men kan in alle stadia opereren. Daar elke ingreep enig risico meebrengt is het niet verstandig deze uit te voeren bij onvoldoende klachten, men zou dan achteraf de indruk kunnen krijgen dat er niet veel is veranderd.Voor men definitief tot operatie beslist is het van groot belang de kwaliteit van het oog grondig te onderzoeken. Er zijn immers meerdere oorzaken (bijv. slijtage van het netvlies, bloedinkjes in het oog t.g.v. suikerziekte, slechte bloedvaten) voor slechter zien, Al deze afwijkingen zullen het eindresultaat beïnvloeden en het is goed dit van tevoren te weten. Tijdens de operatie wordt gewoonlijk een kunstlensje geplaatst op de plek waar voorheen de staarlens zat.Veel dankbare en gelukkige patiënten vertellen dat hun zicht perfect is zonder glazen. Helaas zijn dit vaak overdreven en ongelukkige uitspraken die onrealistische verwachtingen bij anderen kunnen scheppen. Vrijwel alle patiënten hebben enige vorm van bril- correctie nodig nadat zij aan staar zijn geopereerd.

Staaroperatie = Cataract extractie
met implantatie van een intra-oculaire lens zal uw zicht met grote waarschijnlijkheid verbeteren. Gewoonlijk krijgt een patiënt een zicht dat ligt tussen 50 en 100 %. Vanzelfsprekend is de aanwezigheid van oogafwijkingen in het bijzonder diabetes, maculadegeneratie en glaucoom van groot belang daar deze afwijkingen het eindresultaat negatief kunnen beïnvloeden. Genoemde cijfers zijn gemiddelden van onderzoeksgroepen. Een individuele patiënt kan een beter of slechter zicht ervaren. Het komt gelukkig zelden (minder dan 3 %) voor dat het zicht na de operatie slechter wordt. (top)
V. Welke aspecten spelen een rol bij een dergelijke operatie?
Anesthesie.
Er zijn in feite drie vormen van verdoving en wel:

  1. Algemene narcose. “Heerlijk, je merkt er niets van” zijn veel gehoorde uitspraken en dat is in zekere zin ook zo. Een oogheelkundige ingreep onder narcose is ook voor de oogarts plezierig. De patiënt beweegt niet en de druk in het oog (zie later) kan kunstmatig laag worden gehouden. Het lijkt prachtig. Narcose echter verhoogt algemene risico’s. Een bestaande hartvaat conditie kan verslechteren. Hersenfuncties kunnen (tijdelijk) minder worden. Na de operatie geeft men vaak over. Dit kan een complicatie voor het oog geven.
  2. Locale anesthesie. Een kleine hoeveelheid verdoofmiddel wordt middels een injectie achter het oog gespoten. Het oog en omgeving worden vrijwel volledig gevoelloos terwijl het oog niet meer bewogen kan worden. Een fraaie techniek die door vele oogartsen over de gehele wereld gebezigd wordt. Echter, tijdens de, soms pijnlijke, injecties weet men niet precies waar de naald zich bevindt. Schade aan oog en oogzenuw is beschreven
  3. Topische anesthesie. Met behulp van druppels wordt de buitenzijde van het oog verdoofd. Tijdens de ingreep wordt vervolgens de binnenzijde continue ongevoelig gehouden door een druppel infuus met verdoofmiddel. Er is geen belasting voor het lichaam. De kans op schade aan het oog is nihil. Vanzelfsprekend kan de patiënt nerveus zijn. Een goede intermenselijke verhouding tussen arts en patiënt biedt in het algemeen uitkomst. De patiënt ervaart meestal na 10 minuten de ingreep niet meer als griezelig. De voorkeuren wisselen. Men acht de stelling hoe minder, hoe beter te preferen.


De voorkeur gaat uit naar de druppelverdoving.
De lengte van de snede
is een volgend belangrijk aspect.1. In het verleden werd de lens in zijn geheel weggenomen. Hiertoe moest een 10 mm grote snede worden gemaakt. Zodra het oog over deze lengte is geopend is het kwetsbaar. Persen van de patiënt, bijvoorbeeld door tijdelijk bijkomen uit de narcose of nervositeit bij locale anesthesie, maken al snel dat een deel van de inhoud van het oog naar buiten komt. Zo dit gebeurd dan is er sprake van een ernstige complicatie. De kans is groot dat het zicht slecht wordt. Het wegnemen van de grote kern kan de binnenzijde van het hoornvlies aantasten en leiden tot hoornvlies oedeem. Vaak is dit tijdelijk, doch een enkele keer kan het zicht permanent verslechteren.2. Met de moderne techniek van phaco-emulsificatie is de lengte van de snede terug gebracht tot 3,2 mm. De architectuur van de snede is zodanig dat deze zich sluit zodra instrumentjes uit de wond weg zijn. Hechtingen zijn niet nodig. Drukverhoging door persen heeft geen nadelige gevolgen. De kleinere wond maakt de kans op infecties kleiner. Nieuwe vouwbare implantlenzen kunnen zelfs door deze opening naar binnen worden geschoven. Eenmaal in het oog ontplooien deze zich en worden in het schoongemaakte lenskapsel geplaatst.Ook hier geldt hoe kleiner hoe beter.De voorkeur gaat uit naar de 3,2 mm zelfsluitende opening. Een vereiste is kennis van en kundigheid met de phaco-emulsificatie techniek en het plaatsen van vouwlenzen.

De mate van staar is evenzeer van belang.
De vraag is altijd wanneer te opereren. In Amerika is men al geneigd dit in een zeer vroeg stadium (een zicht van 80%) te doen In Afrika echter zal men wachten tot de staar (erg) rijp is. West-Europa ligt er tussen. Oogartsen hier zijn geneigd te luisteren naar de klachten van patiënten, met hen te overleggen en te informeren over de technieken, de voor-, na-delen en risico’s. Gezamenlijk wordt dan besloten wanneer het moment van operatie gekomen is. Vaak geldt een zicht van 50%, in casu het niet meer mogen autorijden, als indicatie.2. Het verwijderen van vloeibare “honingachtige” lensinhoud is in het algemeen eenvoudig. Het kan zelfs weggezogen worden. De phaco-emulsificator is een ideaal instrument om dit te doen. Bij een vloeibare, immature, staar hoeft vrijwel geen energie te worden toegediend. Met het toenemen van de duur van de staarvorming neemt de hardheid van de lens toe. Om deze lens te verpulveren moet veel energie worden toegevoerd. Deze energie kan de binnenzijde van het hoornvlies beschadigen en hoornvlies oedeem geven.Bij een harde mature staar zijn kapsel en vezels, waaraan de lens hangt, fragiel geworden. Kapsel en vezel zijn veel eerder geneigd te scheuren dan in een niet rijpe lens. Ingeval van een scheur zal glasvocht naar voren komen en het goede verloop van de operatie negatief beïnvloeden. Zo kan bijvoorbeeld de juiste lens niet meer geplaatst worden, de pupil kan vervormd blijven, de macula kan ontstoken raken en er kan een netvlies loslating ontstaan.Het verwijderen van een harde rijpe staar verhoogd de kans op complicaties. De stelling “hoe vroeger, hoe beter” gaat in dit geval op. Elke operatie heeft risico’s. Het zou getuigen van naïviteit te stellen dat elke operatie goed afloopt.Toch kan men stellen dat een cataractextractie met implantatie van een intraoculaire lens uw zicht met grote waarschijnlijkheid zal verbeteren. Gewoonlijk krijgt een patiënt een zicht dat ligt tussen 50 en 100 %. Vanzelfsprekend is de aanwezigheid van oogafwijkingen vooral diabetes, maculadegeneratie en glaucoom van groot belang daar deze afwijkingen het eindresultaat negatief kunnen beïnvloeden. Genoemde cijfers zijn gemiddelden van onderzoeksgroepen. Een individuele patiënt kan een beter of slechter zicht ervaren. Het komt gelukkig zelden (minder dan 4%) voor dat het zicht na de operatie slechter wordt.
Samenvattend
kan men stellen dat;

  1. Men zich het beste in een vroeger stadium kan laten opereren. Een richtlijn in deze is bijvoorbeeld bij een zicht tussen 50 en 20%. De staar matuur laten worden geeft bij de huidige operatietechnieken een grotere kans op vervelende complicaties.
  2. Het verdient aanbeveling te kiezen voor de phaco-emulsificatie techniek daar de wond dan slechts 3,2 mm is.
  3. Met betrekking tot de verdoving is een variëteit van opties, een en ander afhankelijk van eigen wil. De minst op het lichaam ingrijpend is die van de druppelverdoving.

Vanzelfsprekend is uw oogarts altijd bereidt u nader te informeren. De bewering dat men met “laserstralen” een cataractoperatie kan uitvoeren is onjuist. Tot op heden zijn er nog geen apparaten op de markt om met een ” lichtstraal” de vertroebelde lens uit het oog te verwijderen. Men zal altijd het oog enkele millimeters moeten openen om de nieuwe lens te kunnen inbrengen. (top)
VI. De ingreep in vogelvlucht

  1. Een kop koffie vooraf eventueel in combinatie met een geruststellend tabletje
  2. Enkele verdovende en pupilverwijdende druppels voor de ingreep
  3. Ontspannen gaan liggen op de operatiebank
  4. Geluiden van het voorbereiden van instrumenten
  5. Een steriele doek over het hoofd; u mag uw handen niet meer naar boven brengen
  6. Het maken van 3,2 mm grote snede; u voelt wat druk op het oog
  7. Het prepareren van de opening in het voorste deel van het lenskapsel en het losmaken van de onderdelen van de lens
  8. Het inbrengen van de moderne phaco-emulsificator, een apparaat waarmee de lens wordt verpulverd en verwijderd.
  9. Gedegen schoonmaken van het lenszakje; dit met het doel de kans op nastaar te verkleinen.
  10. Het lensje in het lenszakje brengen
  11. De steriele afdekdoek wegnemen
  12. Na ongeveer 25 minuten opstaan, bijkomen en een kop koffie

Daar u een zogenaamde zelfsluitende wond zonder hechting krijgt is het verstandig enige tijd af te zien van zwaar lichamelijk werk. Evenzeer is het goed een oogbescherming in de vorm van een zonnebril of een kapje te dragen wanneer het waait en gedurende de nacht.Bij enkele patiënten zal een dunne nylon hechting moeten worden gebruikt. Van deze hechting kan een gevoel van jeuk of irritatie worden verwacht. Het oog kan lokaal dan rood zijn. Deze klachten verdwijnen na korte tijd. Tegenwoordig wordt bijna altijd de voorkeur gegeven aan het implanteren van een kunstlens. In uitzonderlijke omstandigheden zal bet onmogelijk of ongewenst zijn een kunstlens te plaatsen. Dit is afhankelijk van de kwaliteit van bet oog maar ook van het verloop van de operatie. Een zogenaamde secundaire implantatie wordt soms later nog uitgevoerd als het niet mogelijk of wenselijk is dit in een keer te doen. Bij de keuze van de te implanteren kunstlens wordt gelet op uw wensen ten aanzien van het zicht.
Bij ongeveer 2 % van de patiënten moet na de staaroperatie nogmaals een ingreep plaatsvinden. Dit kan variëren van het sluiten van een microscopisch lek in de wond, het verbeteren van de positie van het kunstlensje, het wisselen van de kunstlens enz.
In l9% van de ongecompliceerde gevallen en in 30% van een vooraf bestaand glaucoom stijgt de oogdruk kortdurend na de ingreep. Geringe verhogingen worden afwachtend behandeld. Er wordt medicamenteus ingegrepen wanneer de drukken duidelijk te hoog zijn. (top)

VII Periode van herstel.Het herstel na de operatie is geleidelijk. Hoewel sommige patiënten na een dag al goed zien is een gemiddelde herstelperiode van vijf weken nogal. Vanwege het geleidelijke herstel mag u zelfs verwachten dat het zicht direct na de ingreep slechter is dan ervoor. Terwijl de meeste patiënten hun nieuw gezichtsvermogen zelfs zonder bril als prettig ervaren zal het merendeel een of meerdere glazen nodig hebben teneinde maximaal te kunnen zien Met het voorschrijven van een definitieve bril wordt minstens drie weken gewacht. Dit omdat de sterkte van het brilleglas voortdurend kan wisselen.Er kunnen ook andere verschijnselen optreden. Voorbeelden zijn lichtflitsen, dubbelbeelden, roodheid, drukgevoel en verhoogde lichtgevoeligheid. Vrijwel altijd zijn deze van tijdelijke aard.
Mocht u twijfels hebben schroom dan niet te bellen 0621544300. Dit geldt in het bijzonder wanneer het zicht minder en het oog pijnlijk en rood wordt.
De verzorging van een geopereerd oog geeft weinig problemen. Gedurende de eerste weken moet het oog regelmatig worden ingedruppeld. De eerste weken na de ingreep bedekt men ‘s nachts het oog met een beschermend verband Reeds enkele dagen na de ingreep is het oog voldoende genezen, zodat de patiënt zijn normale activiteiten kan hervatten. Het wordt afgeraden gedurende enige weken in het oog te wrijven. Er zijn geen bezwaren tegen:

  • het gezicht te wassen
  • naar de kapper te gaan
  • te douchen of te baden
  • huishoudelijk werk te doen
  • te bukken en lichte arbeid te verrichten
  • naar de televisie kijken of te lezen
  • buiten te wandelen zonder verband, etc.

VII. Risico’s.Zoals bij elke ingreep beeft ook een staaroperatie risico’s. Gelukkig is de kans op onverwachte onplezierige ontwikkelingen relatief klein.Indien men niet opereert zal men bijna zeker minder gaan zien. De kans om na een cataractoperatie met een normaal oog slechter te zien dan voor de ingreep bedraagt minder dan 3%.Tijdelijke ongemakken of voorbijgaande gezichtsstoornissen zijn veel frequenter, ongeveer 5%.

Sommige ogen kunnen aanvankelijk na de operatie geen duidelijk beeld zien. Dit kan berusten op meerdere oorzaken: het hoornvlies kan vervormd, verdikt, vertroebeld, zijn. In de pupil kunnen lensresten achtergebleven zijn. Het netvlies kan een vocht ophoping in het centrum (cystoid macula oedeem) doormaken. Vaak is dit van voorbijgaande aard. Sommige van deze problemen zijn niet te vermijden, een deel ervan is zelfs onvoorspelbaar.Andere mogelijke bijverschijnselen:

  • Een bloedinkje in het oog (hyphema); dit lost meestal geleidelijk op. Komt voor bij 5% van de patiënten. Geeft zichtklachten in 3% van de patiënten.
  • Veranderingen in de vorm en of kleur van de pupil in ongeveer 2%. Geen therapie mogelijk en nodig.
  • Langdurige ontsteking in 8% van de patiënten. Wordt behandeld met medicamenten.
  • Een hangend ooglid (ptosis) in minder dan 1 %.

Enkele ernstiger mogelijke complicaties zijn;

  • Netvliesloslating;
    wordt vaak ingeleid door lichtflitsen
  • Hoge oogdruk;
    vaak begeleidt door hoofdpijn, slechter zien, misselijkheid en soms braken.
  • Dubbel beelden in minder dan 1%
  • Aanhoudend hoornvlies oedeem in minder dan 1%. Deze ernstige afwijking kan nopen tot een hoornvlies transplantatie.
  • Ontsteking in het oog (endophthalmitis) 1/1000
  • Ernstige bloeding in 1/10000; komt nog wel voor bij chirurgen die injecties gebruiken ter verdoving.
  • Verlies van het zicht of het oog; minder dan 1/1000
  • Chronische pijn; minder dan 1/10000

Sommige patiënten beschrijven het volgende;

  • Het licht is te fel, ik moet heel vaak een zonnebril dragen. Oorzaak; het kunstlensje is glashelder en laat veel licht door. Heeft men langdurig staar gehad dan heeft gewenning aan het mindere licht plaatsgevonden.
  • Het lijkt alsof ik door cellofaan kijk.
  • Lichten hebben een ster of een kring om zich heen.
  • Ik zie meer bewegende vlekjes; vaak bevonden deze glasvocht troebelingen zich al achter de lens maar werden ze door de staar niet waargenomen.
  • De staar operatie veroorzaakte macula degeneratie, glaucoom. Dit is vrijwel nooit het geval. Afwijkingen komen soms pas aan het licht nadat de troebele lens is weggenomen

IX. Wat gebeurt er op lange termijn na lensimplantatie.Het materiaal waarvan de kunstlens wordt vervaardigd is al 40 jaar in gebruik en alles wijst erop dat tijd geen invloed heeft op het materiaal. Ook wordt tot op heden na meerdere honderdduizenden lensimplantaties geen geval van afstoting beschreven. Eigenlijk mag met van de moderne lenzen (met uitzondering wellicht van de vouw lenzen) aannemen dat ze langer zullen meegaan dan de patiënt zelf.

Slechts de beste lenzen van gerespecteerde bedrijven worden geïmplanteerd. Ondanks deze voorzorgen kunnen zich medische problemen voordoen. Deze kunnen gedurende onbepaalde tijd pijn, ongemak en ongerustheid veroorzaken. Natuurlijk kan een geopereerd oog, zoals trouwens elk oog, in de loop van jaren andere oogaandoeningen krijgen. Het “goed blijven zien” op oudere leeftijd is zeer afhankelijk van de bloedcirculatie, zodat mensen met een slechte bloedsomloop ten gevolge van suikerziekte of hoge bloeddruk meer kans lopen op verslechtering van bet gezichtsvermogen. Om deze afwijkingen te kunnen ontdekken wordt de geopereerde patiënten aangeraden jaarlijks een oogonderzoek te laten uitvoeren. (top)

X. Nastaar

Bij de moderne implanttechniek wordt de kunstlens in de (originele, oorspronkelijke) eigen kapselzak geplaatst, nadat de vertroebelde inhoud werd verwijderd. Op deze manier zorgt het lenskapsel voor een duurzame ophanging van de nieuwe lens precies achter de pupilopening.

Het centrum van het achterste lenskapsel kan in sommige gevallen na maanden of jaren verdikken en vertroebelen.

De frequentie van deze latere verslechtering van de gezichtscherpte is afhankelijk van meerdere factoren: leeftijd, de gebruikte techniek, etc.

Bij jongere patiënten bijvoorbeeld mag men rekenen op een 10% vertroebeling van het lenskapsel, bij patiënten boven de 65 jaar bedraagt de frequentie tussen 15 en 50% na 5 jaar.

Men kan nastaar op verschillende manieren behandelen. Soms vergt het een kleine poliklinische chirurgische ingreep. Ook kan men gebruik maken van een laserapparaat, een z. g. YAG-laser. Een toestel dat lijkt op de microscoop waarmee de oogarts het oog onderzoekt en dat een krachtige, onzichtbare, infrarode straal het oog instuurt. Deze opent pijnloos het kapsel, waarna al de volgende dag een aanzienlijke verbetering van het zien door de patiënt wordt opgemerkt. De totale behandelingsduur bedraagt enkele minuten. Hoewel nagenoeg onschadelijk, is ook deze procedure niet vrij van risico. Daarom wordt de laser behandeling slechts toegepast als er een duidelijke verslechtering van het gezichtsvermogen ten gevolge van nastaar is vastgesteld. De oogarts spreekt af welke druppels na de behandeling gebruikt moeten worden en wanneer hij de patiënt wil terugzien. (top)

XI. Conclusie.

De vertroebeling van de ooglens kan alleen operatief worden behandeld. Het tijdstip van de operatie is meestal niet belangrijk, men kan alles rustig voorbereiden en de periode uitkiezen welke het beste schikt. Bij te vroeg opereren loopt u onnodig risico. Te lang wachten verhoogt de kans op problemen. In het algemeen bent u zelf  het beste in  staat te beoordelen of een ingreep nodig is.

Bij afwezigheid van verdere oogafwijkingen is, bij gebruik van de aangepaste methode, het resultaat zeer bevredigend De ingreep is niet pijnlijk en eigenlijk niet belastend voor het lichaam. Dit betekent dat u na de ingreep eigenlijk ook nauwelijks geïnvalideerd bent. Een definitieve bril krijgt u na enige weken voorgeschreven. (top)

XII. PROBLEMEN?!

In geval van de volgende en natuurlijk ook andere problemen

  • Heftige pijn
  • Slechter zicht
  • Toenemende roodheid
  • Zwellen van boven ooglid

Behandeling van OMD

Een behandeling die het ziekteproces afdoende bestrijdt met een redelijke kans op succes is er op dit moment helaas nog niet.

Laserbehandeling
In een zeer beperkt aantal gevallen van natte OMD is behandeling met laser mogelijk, vooropgesteld dat de situatie daarvoor gunstig is en de diagnose in een vroeg stadium wordt gesteld. Er zijn verschillende soorten laserbehandeling;

  • Argonlaser. Deze laser brandt kleine schroeiplekjes in het netvlies. Hierdoor wordt littekenvorming opgewekt hetgeen op zijn beurt verschrompeling van o.a. bloedvaten ten gevolge heeft.
  • Visudyne™ lasers. Met deze ooglaser behandeling worden vooraf gemarkeerde bloedvaten van slechte kwaliteit licht bestraald. De kleurstof in het bloedvat klontert en doet het vat dichtslibben. De intensiteit van de laserstraal is zodanig licht dat het overige netvliesweefsel geen nadelig effect ondervindt.

Chirurgisch

In enkele landen wordt onderzocht in hoeverre het inbrengen van embryonaal weefsel een gunstig resultaat zou opleveren. Deze vorm van behandeling is nog zeer experimenteel en werpt natuurlijk nogal wat vragen op.

Netvliesrotatie. In sommige centra wordt het netvlies geheel losgemaakt, enkele graden gedraaid en vervolgens weer aangelegd. Een risicovolle techniek gezien de kans op herhaalde netvliesloslating. Ook zien geopereerden vaak nog onduidelijke beelden.
In andere centra wordt slechts locaal het aangedane netvlies aan gepakt. Dit kan door bijvoorbeeld het verlittekende weefsel onder de macula weg te nemen of door demacula over een kleine afstand te verplaatsen. Hoewel er minder kans is op netvliesloslating zijn deze technieken toch gekenmerkt door moeizame resultaten. Hopelijk dat dit in de toekomst zal verbeteren.

Implantatie van een telescooplens. Deze relatief nieuwe techniek biedt de mogelijkheid met een oog een beeldvergroting van ongeveer 3-6 keer te bereiken. Deze vergroting gaat ten koste van het gezichtsveld. Dit wordt verkleind tot ongeveer 6 graden. (Op een meter afstand is de grootte van het gezichtsveld dan 17 cm.). Risico’s zijn minimaal. De rehabilitatie is echter moeizaam. De techniek is geïndiceerd bij mensen met de droge vorm.

Implantatie van een piggybag prisma lens. Hierbij wordt het getracht het beeld af te beelden op een plek naast de macula. Men moet zich realiseren dat de gevoeligheid op plekken naast de macula, zelfs op korte afstand, beduidend lager is. Het zicht zal overeenkomstig beïnvloed worden.

Toedienen van warmte stralen ter plaatse van de macula.

Behandeling met radiotherapie is uitgebreid onderzocht, tot op heden blijkt slechts een kleine groep OMD patiënten gunstig op radiotherapie te reageren.

Geen enkel onderzoek naar medicamenteuze behandeling heeft tot nu toe gunstige resultaten opgeleverd. Hormoon substitutie bij vrouwen zou een positief effect kunnen hebben.

Voeding.
Een toenemend aantal onderzoeken lijkt erop te wijzen dat voeding een rol speelt bij OMD. Het verbeteren van uw voedingspatroon kan wellicht uw gezichtsvermogen verbeteren en degeneratie van de macula vertragen. Wat misschien nog belangrijker is: een aangepast dieet zou kunnen helpen de aandoening te voorkomen.Diverse onderzoeken naar OMD richten zich op de rol van een bepaalde groep antioxydanten, de zogeheten carotenoïden (de pigmenten waaraan fruit en groenten hun kleur ontlenen). Luteine en zeaxanthine, twee van deze carotenoïden, zijn pigmenten die in de macula worden aangetroffen. Sommige wetenschappers menen dat luteine en zeaxanthine, vanwege hun gele kleur, bescherming kunnen bieden tegen OMD. Ze zouden voorkomen dat te veel schadelijk blauw en ultraviolet licht het gevoelige weefsel aan de achterzijde van het netvlies bereikt en de lichtgevoelige cellen beschadigt. Uit recent onderzoek in de Verenigde Staten is gebleken, dat de mensen die grote hoeveelheden voedingsmiddelen gebruiken met veel carotenoïden, in het bijzonder luteine en zeaxanthine, ruim 40% minder kans op OMD hebben dan diegenen die de weinig gebruiken. Luteine en zeaxanthine worden in bijna alle soorten fruit en groenten gevonden Meestal worden ze aangetroffen in donkergroene bladgroenten, zoals spinazie en groene kool. Een ander onderzoek, onder oudere mannen, toont aan dat het verhogen van de hoeveelheid antioxydanten in de voeding, geleidelijke achteruitgang van het gezichtsvermogen door OMD afremt. Hoewel er een verband lijkt te bestaan tussen de opname van carotenoïden en OMD, is er meer onderzoek nodig om deze informatie te ondersteunen. Intussen kan een voedingspatroon met per dag minstens een portie groenten met een hoog gehalte aan luteine en zeaxanthine helpen de kans op OMD te verlagen.

Hoewel er momenteel geen behandeling bestaat voor OMD wordt er veel onderzoek gedaan op een groot aantal gebieden. De wetenschap zal blijven zoeken naar wegen om het voortschrijden van OMD te voorkomen of te vertragen, zodat toekomstige generaties ouderen niet gehandicapt worden door macula degeneratie.

Welke hulp is er beschikbaar voor mensen met een eindstadium van OMD?

Mensen met een eindstadium van OMD kunnen bij lezen en televisiekijken gebruik maken van hulpmiddelen voor slechtzienden, zoals vergrotingsapparaten, telescoopbrillen, grootletterboeken en computers.

Het vakkundig aanpassen van zogenaamde ‘Low Vision’ hulpmiddelen is van groot belang bij mensen met OMD. Daardoor kan een patiënt met OMD toch grote letters lezen en iets meer van de omgeving waarnemen. Speciaal opgeleide ‘low-vision’ specialisten zijn daarbij behulpzaam.